“De moord op Olof Palme was de perfecte misdaad”

Op de kop af dertig jaar na de moord op de Zweedse premier Olof Palme komt Marc Pennartz met een boek dat een overzicht geeft én, in weerwil van de titel, ook een mogelijke oplossing van deze opmerkelijke moordzaak: 10 Redenen Waarom Zweden De Moord Op Olof Palme Niet Oplost. De schrijver aan het woord.

Waarom moeten mensen jouw boek over de moord op Olof Palme lezen?

“Het is een verhaal op het snijvlak van true crime, politiek, geschiedenis en nordic noir. Denk aan een Scandinavische kruising tussen de Kennedy-moord en het raadsel rond de Bende van Nijvel. Er is geen gebrek aan drama: een buitengewoon charismatisch slachtoffer dat diep geliefd en intens gehaat werd, een kroongetuige die iets te respectvol werd behandeld en met haar koppigheid het onderzoek saboteerde, een toedracht die past in elke Scandinavische thriller, een politie die van meet af aan sjoemelt dan wel de verkeerde keuzes maakt, een minister die kennelijk de politie niet vertrouwt en een geheim parallel onderzoek toelaat, getuigen die allemaal wat anders zeggen, een hele stapel geruchten en ontwikkelingen die zowel kleine criminelen als machtige organisaties verdacht maken, tot en met een huidig parlementslid dat door journalisten van de moord is beschuldigd. En dat alles in een land dat de buitenwereld destijds als een modelstaat aanzag waarin alles perfect geregeld was. Als kers op de taart is er nog het uitblijven van een oplossing. Achteraf kun je zeggen dat dit de volmaakte misdaad was, waarbij het paradoxale is dat de moord waarschijnlijk amper was voorbereid. De dader heeft de hele wereld om de tuin geleid.”

Wie zijn of worden er van de moord verdacht?

“Een volledig overzicht geven is ondoenlijk. Officieel zijn er elfduizend personen ooit als verdachte genoteerd, al was het tamelijk eenvoudig om die status te bereiken; je hoefde maar in een dronken bui iets lelijks over Palme te hebben gezegd. De meer serieuze verdenkingen, waarbij de politie ook behoorlijk wat onderzoek verrichtte, vielen vooral op organisaties. Dan heb je het over complotten. Allereerst was er de PKK, de Koerdische afscheidingsbeweging. Daar is bijna een heel jaar naar vergooid terwijl het een spoor van niks was, ingegeven door wat vage opmerkingen en een boel wishful thinking. Daarnaast zijn aanhangers van de Kroatische separatisten Ustasa genoemd, de sektarische extreemrechtse Europese Arbeiderspartij, maar ook de CIA, de Zuid-Afrikaanse geheime dienst en de Zweedse politie zelf. De laatste jaren is het hip om het Zweedse stay behind-netwerk van de moord te beschuldigen; een geheime anticommunistische groep die opereerde met steun van Amerika. Dan zijn er nog de zogenaamde eenzame gekken. Christer Pettersson was de beroemdste, want hij werd voor de moord veroordeeld maar in hoger beroep vrijgesproken. Het bewijs tegen hem was flinterdun. Een andere bekende eenling was Victor Gunnarsson, een halvegare die rondbazuinde dat hij Palme haatte, Alf Enerström, een dokter die hetzelfde deed in krantenadvertenties, en nog een paar van zulke figuren.”

Er is al veel over deze moord geschreven. In welke zin onderscheidt jouw boek zich van andere?

“Veel boeken zijn geschreven vanuit een bepaalde invalshoek. De auteurs hebben een theorie en proberen daar hun verhaal aan op te hangen. Ik ben daarentegen met een open vizier begonnen. Ik wilde de feiten achterhalen en ging terug naar het prille begin van het onderzoek: de verklaringen van de ooggetuigen. Wat hebben die mensen gezien en welke conclusies kunnen we daaraan verbinden? En vooral, hoe geloofwaardig zijn die getuigenissen? Om dat laatste te peilen heb ik de verklaringen afgezet tegen het werk van geheugenexperts. Natuurlijk heb ik ook de ontwikkelingen in het politieonderzoek gevolgd en geanalyseerd hoe de vele theorieën die er leven, passen binnen de feitelijke gang van zaken. Het resultaat voelt aan als een thriller. Zodra je het gevoel hebt dat je op het juiste spoor zit, duikt er weer iets op dat je van gedachten doet veranderen.”

Was het moeilijk om aan informatie te komen?

“Dat viel eigenlijk wel mee. Gelukkig spreek ik Zweeds. Als je dat niet doet, is het lastig om deze zaak echt te doorgronden. Ik heb zeven jaar in Zweden gewoond en de ontwikkelingen rond de moord op de voet gevolgd. Voor het boek heb ik natuurlijk veel gelezen, maar ook hulp van anderen gehad. Zo ben ik via via aan een geheime PM van een befaamde expert in politieke moorden geraakt, een stuk dat onbedoeld heel sterk naar één bepaalde verdachte wijst. De politie heeft me binnen de mate van het mogelijke geholpen, al kunnen zij zich alleen beperken tot datgene waarop geen geheimhouding rust. Zweedse overheidsdiensten zijn gelukkig prettig om mee te werken. Er is een grote mate van transparantie en hulpvaardigheid. Een politie-inspecteur van het Palmeteam stuurde me vorige maand nog ongevraagd een paar oude foto’s op die ze had gevonden bij het opruimen van een kast. Ze dacht dat ik die misschien kon gebruiken. Je zou bijna spijt krijgen van de kritiek die ik in mijn boek op de politie geef.”

Heeft de politie er werkelijk zo’n potje van gemaakt?

“In het begin zeker. Althans, de politie koos haast stelselmatig voor de verkeerde hoofdlijnen van het onderzoek. Het was een waanidee om de PKK van de moord te beschuldigen, en in de onderzoeken naar Victor Gunnarsson en Christer Pettersson hebben politiemensen op een toch wel schandalige manier gemanipuleerd om die mannen de schuld in de schoenen te schuiven. Zo is kostbare tijd verloren gegaan en heeft de echte dader de dans ontsprongen. Tegelijkertijd moet je constateren dat het meer routineuze werk wel grondiger is gedaan dan je misschien zou verwachten. We hebben daardoor best een goed idee van wat er op 28 februari 1986 gebeurde, ondanks dat menig complotdenker het tegenovergestelde beweert. In de jaren negentig heeft de Palmegroep, zoals het rechercheteam heet, voor een andere strategie gekozen en minder de publiciteit opgezocht. Ze waren halverwege de jaren negentig heel dicht bij een oplossing, zonder dat de buitenwacht dit wist. Degene die zij toen op het oog hadden, is voor mij de meest waarschijnlijke dader. Het was iemand met een motief, de gelegenheid en het juiste wapen.”

Hoe staat het onderzoek er nu voor?

“De verjaringstermijn op moord is in Zweden in 2010 opgeheven, waardoor het onderzoek formeel door kan gaan tot in het oneindige. Er is een team van drie rechercheurs dat nog altijd op de zaak zit. Wat ze precies doen, vertellen ze niet, maar er komen nog elke week tips binnen. Soms lekt er wat uit en treedt de Palmegroep naar buiten, zoals laatst toen criminoloog Leif GW Persson een revolver binnenbracht die als moordwapen in aanmerking leek te komen. Dat leverde niks op, maar ik denk dat daar de laatste hoop op is gevestigd. Er is langzamerhand meer kans dat je het moordwapen terugvindt dan de dader, want heel wat verdachten zijn intussen overleden.”

Is het niet beter dat het onderzoek gestopt wordt?

“Ik begrijp mensen die menen dat het geen nut meer heeft. Maar als er geen Palmegroep zou zijn, was de revolver die Persson had gevonden, nooit onderzocht. En stel dat dit wel het moordwapen was geweest. Die laatste strohalm kan de oplossing dichterbij brengen. Want ook al is de dader dood, en ik denk dat hij dat is, dan nog kan een wapenvondst ons naar hem leiden. Voorlopig zou ik het politieteam dus nog in stand houden.”

Het is dus, in weerwil van de boektitel, nog wel mogelijk dat de moord wordt opgelost?

“Mijn vertrekpunt was de vraag waarom deze moord na dertig jaar nog niet was opgelost. Hoe kon dat gebeuren in een land als Zweden? Het bleek te maken te hebben met verkeerde keuzes in het politieonderzoek, maar volgens velen ook omdat er tal van mogelijke sporen niet zijn onderzocht. Ik heb toen besloten om mijn boek daarrond te structureren. Je kunt ook vandaag nog dichtbij de waarheid komen, maar in een juridische oplossing geloof ik niet. Zelfs al vind je het moordwapen en een verdachte die nog leeft, kun je hooguit aangeven in welke mate van waarschijnlijkheid hij de dader was. In een rechtszitting blijft dat niet overeind. Het is ondoenlijk om te bewijzen dat die persoon op 28 februari 1986 om 23.21 uur op een straathoek in Stockholm stond als niemand kan bevestigen hem te hebben gezien. En de belangrijkste getuige, de weduwe van Olof Palme, heeft in 1989 beweerd dat ze Pettersson zag. Daar kan ze niet meer op terugkomen. Je kunt zelfs niet bewijzen dat iemand op dat moment het moordwapen in zijn bezit had. Als een verdachte zegt dat hij het die avond had uitgeleend, is daar dertig jaar later weinig tegenin te brengen. Het enige waarop je kunt hopen is een gedetailleerde en overtuigende bekentenis, maar zelfs dat zal nauwelijks volstaan. Ook al zou dit heel goed een impulsieve daad kunnen zijn geweest, het is uitgegroeid tot de perfecte misdaad.”

10 Redenen Waarom Zweden De Moord Op Olof Palme Niet Oplost is te koop via deze winkels in zowel gedrukte als elektronische versie.