Nieuw boek noemt killer van Bende van Nijvel bij naam

Een nieuw boek over de Bende van Nijvel wijst een vroegere makelaar en dancinguitbater aan als de gevreesde “killer” van de nooit gepakte bende. De man overleed in 2010 in de gevangenis, waar hij een straf uitzat voor de moord op een asielzoeker in 2001. Hij zou nauwe banden hebben gehad met familieclans in het Belgische woonwagenmilieu.

bende-van-nijvel-boekHet mysterie rond de Bende van Nijvel heeft altijd mijn belangstelling gehad. Het gezelschap maakte tussen 1982 en 1985 niet minder dan 28 doden bij een reeks inbraken en overvallen, die vaak maar een relatief kleine buit opleverden. De meeste misdrijven werden gepleegd in de randgemeenten van Brussel. Vooral de bloedige aanslagen op Delhaize-supermarkten in de herfst van 1985 veroorzaakten een schokgolf door België.

Door de jaren heen zijn er wel mensen verdacht van deelname aan de bende, maar er is nooit iemand veroordeeld. Dit leidde tot een hele stroom vaak uiterst bizarre theorieën. Menigeen gelooft dat de bende niet uit gewone groep misdadigers bestond, maar uit getrainde terroristen die België wilden destabiliseren.

Samenzwering?

De meeste boeken over de Bende van Nijvel kiezen een samenzwering van extreem-rechtse elementen als insteek. De laatse jaren produceerde de vroegere tv-journalist Guy Bouten drie dikke turven waarin hij de bende als een project van de CIA omschreef met koppelingen naar wapenhandelaars, de Mossad en zowat alle andere clubs die het goed doen als boosdoener onder aanhangers van samenzweringstheorieën. Dat de bende nooit werd opgerold, kwam in die visie allicht vanwege “bescherming van hogerhand”.

Maar wacht eens even. Als de bende wist dat de politie ze toch nooit zou pakken, zou ze niet bij elke overval eerst de telefoonlijnen vernielen (dit was de tijd van voor de gsm). Als de bende uit opgeleide huurmoordenaars bestond, had ze wel andere wapens gebruikt dan lompe jachtgeweren en hakbijlen. Als de CIA en de Mossad een verkapte staatsgreep wilden plegen, hadden ze wel een hoge politicus vermoord en niet de kassajuffrouw van de lokale super. En als Boutens theorie deugde, zou hij wel een paar bewijzen ervoor leveren. Maar die vind ik niet in zijn boeken. En niet alleen in zijn boeken.

De complottheorieën over de Bende hebben iets aanlokkelijks, maar wie de Bende-literatuur doorneemt, blijft telkens hangen in drijfzand. Terreur werkt alleen wanneer ze als terreur wordt herkend. Waarom moeilijk doen en terreurdaden maskeren als een autodiefstal?

Het deze week verschenen boek Het Rattenkwartier : Een Blik in het Nest van de Bende van Nijvel is in dat opzicht een verademing. De auteur noemt zich Charlie Hédo (Hebdo was al vergeven) en schrijft normaliter pornografische verhalen die hij in eigen beheer uitgeeft: dat klinkt niet direct als een aanbeveling, maar het zegt misschien meer over de uitgeversbranche dan over de schrijver. Volgens Hédo wilden de gerenommeerde uitgevers zich ook niet aan zijn boek (of beter: ebook) over de Bende branden. Dat is jammer, want het is eindelijk weer eens een Bendeboek dat niet het zoveelste extreemrechtse fantasieverhaaltje opdist.

De killer heet Claude

Hédo beschrijft de banden tussen verdachten zoals Philippe De Staerke, Robert Becker, Michel Cocu en diverse kompanen uit het woonwagenmilieu, én de minder bekende Claude Dubois. De laatste was een Brusselaar uit een ogenschijnlijk deftiger milieu die desondanks over een imposant strafblad beschikte. Hij verdiende de kost als makelaar, dancinguitbater en woningverhuurder, maar maakte zich ook schuldig aan diefstallen, mishandeling en moord.

Al in de jaren tachtig verdacht de politie hem ervan dat hij zijn minnares in stukken had gesneden. Dat liep met een sisser af, maar in 2001 knotste hij – inmiddels 58 jaar oud – alsnog tegen de lamp toen hij hetzelfde kunstje flikte met een Algerijnse asielzoeker die voor hem in het zwart kluste.

Hédo is ervan overtuigd dat Dubois gelieerd was met het rauwe woonwagenmilieu van de De Staerkes, waarin wapens van hand tot hand gingen en de familieclans zichzelf al bij de geboorte een zwijgplicht hadden opgelegd. Tevens ziet hij een link tussen Dubois en Jean-Marie Tinck, een vroegere zeeman die zich in 2014 nog een paar weken de gevangenis inkletste door te beweren dat hij lid was geweest van de Bende van Nijvel. Tinck kwam vrij bij gebrek aan bewijs.

Ook de slachter heet Claude

Hédo oppert ook de suggestie dat Dubois de zogenaamde Slachter van Bergen was. Dat was een (ook al) nooit gepakte seriemoordenaar die in 1996 en 1997 een vijftal aan lager wal geraakte vrouwen vermoordde en lichaamsdelen van zijn slachtoffers verpakte in vuilniszakken die hij aan de weg zette. Ook de politie had destijds belangstelling voor Dubois. Hoeveel moordenaars die vrouwen in stukken snijden kan een land als België immers tellen? Maar opnieuw waren er geen bewijzen.

Hédo schetst een hele reeks omstandigheden en aanwijzingen die van Dubois zowel de Bende-killer als de Slachter kunnen maken. Die argumenten zijn soms wat aan de dunne kant, moet ik erbij zeggen, maar de kern van Hédo’s theorie is niet ongeloofwaardig. Ook de speurders hebben zich voor Dubois geïnteresseerd. Zo werd hij al heel vroeg in het Bendedossier ondervraagd omdat hij werd herkend als de dief van een Austin Allegro, een van de prille Bendefeiten.

Tevens maakt Hédo komaf met de algemene opvatting dat de bende slechts uit drie man bestond. Hij vergaloppeert zich pas als hij naar de motieven van de Bende-misdrijven gist. Met zijn hypothese dat sommige Bende-overvallen wellicht verkapte huurmoorden waren, maar dan in het zakelijke milieu, komt ook hij dicht in de buurt van de complottheoretici die het allemaal erg groot zien en voor elk afwijkend gedrag een rationele verklaring zoeken. Ook zijn hypothese dat de bloedige overvalreeks van 1985 diende om de opgepakte Michel Cocu en zijn maten een veroordeling te besparen, kan niet beklijven.

Dit haalt de kracht van Hédo’s betoog helaas wat onderuit. Hij had zich beter beperkt tot zijn eerder geponeerde these dat een psychopatische seriemoordenaar niet veel reden nodig heeft om buitensporig geweld te gebruiken, iets wat geschiedenis en literatuur keer op keer bewijzen.

Als hij zich volledig had gefocust op het Belgische woonwagenmilieu was Het Rattenkwartier dan ook een sterker boek geworden. Het is op zijn minst intrigerend te noemen hoe hij, simpelweg door wat op Facebook te surfen, aantoont dat er in het Belgische woonwagenmilieu vier clans zijn die nauwe banden met elkaar hebben. Eén heet De Staerke, een ander Becker, een derde Bogaert (waarvan een telg ook al voor de Slachter van Bergen werd aangezien) en een vierde draagt de naam… Dubois.

Of de veroordeelde Claude daar een bloedband mee had, vertelt Facebook jammer genoeg niet en Claude Dubois zelf is intussen dood.

Lachen om profilers

Hédo is niet de eerste die de oplossing van het bendemysterie ziet in kringen van gesloten familieclans die voor elkaar door het vuur gaan. Meerdere profilers gingen hem daarin voor; Hédo spit het verder uit met de vrijheid van de onderzoeksjournalist. Die profilers werden in de media bespot, en de laatste in de rij (Danièle Zucker) werd zelfs door het gerecht publiekelijk afgezeken. Ook de reacties op Hédo’s boek op het Nederlandstalige forum over de Bende van Nijvel zijn tot dusver eerder lauw.

Het volk wil het liefst een sensationeel complot dat bij voorkeur nooit wordt opgelost, zodat het voor eeuwig en altijd elke mislukking en teleurstelling in het leven kan toeschrijven aan het “establishment”. Dat is immers door en door verrot, zoals iedereen weet.

Hédo’s werk is verre van perfect, maar biedt een alternatieve verklaring die op hoofdlijnen goed in elkaar zit. Alleen daarom al zou dit boek door een échte uitgever in de winkel moeten worden geslingerd, met alle publiciteit en discussie die dit zou opleveren.

Het Rattenkwartier : Een Blik in het Nest van de Bende van Nijvel is verkrijgbaar via Smashwords