“Thrillers geven weer hoe de wereld in elkaar zit”

Onderstaande vragen kreeg Marc Pennartz in 2004, kort na het verschijnen van Moscow Hearts.

Hoe lang hebt u aan Moscow Hearts gewerkt?
“Het idee ontstond in het najaar van 2002. Daarna heb ik nog enige research gedaan en de plot, de subplots en de karakters uitgewerkt. In februari 2003 ben ik met het echte schrijven begonnen. Dat deed ik elke ochtend tussen zes en acht, zes dagen per week. Op die manier kwam mijn reguliere werk niet in het gedrang, en bovendien blijft de telefoon op dat tijdstip stil. De eerste ruwe versie was klaar in de herfst van dat jaar. Vervolgens heb ik het zaakje diverse malen bijgeschaafd. Maart 2004 had ik een versie die ik geschikt vond voor uitgave.”

Fabian Bartels is journalist. U bent zelf journalist. Bent u Fabian Bartels?
“Hij is zeker geen kloon van mezelf. Onze overeenkomsten zijn eerder cosmetisch: hetzelfde beroep, dezelfde liefhebberijen. Ik ken ook zijn omgeving goed. Maar Fabian heeft een andere sociale achtergrond en ook een ander karakter – ik zou zelf nooit naar Rusland vertrekken om een potentiële moordenaar op te sporen. En anders dan bij Fabian, zijn mijn ouders nog springlevend.”

Komen er personages in uw boek voor die echt bestaan?
“Nee. Maar dit sluit niet uit dat sommige karakters kunnen lijken op personen die wel echt bestaan. Om een romanfiguur levensecht te maken, moet je – bewust of onbewust – uit gaan van bestaande mensen. Maar door de eigenschappen van meerdere mensen te combineren, creëer je toch andere figuren dan bestaande. Oirschottenaren kunnen dus gerust zijn: de bodes van hun gemeente lijken in werkelijkheid niet op Vogel en Bergman.”

Waarom schrijft u thrillers?
“Op de eerste plaats omdat ik ze graag lees. Maar ook omdat de thriller een ideaal genre is voor een journalist: als je de crime passionel buiten beschouwing laat, zijn misdrijven niet los te zien van tijd en locatie. Via een thriller kun je dus prima weergeven in wat voor maatschappij je leeft, en hoe mensen met elkaar omgaan. Ik vind dat veel interessanter dan de introspectie die de zogenaamde echte literatuur uit Nederland vaak kenmerkt. Iemand zei ooit – ik weet niet meer wie – dat mensen die over honderd jaar willen weten hoe wij in 2004 samenleefden, eerder een thriller ter hand zullen nemen dan een literair boek uit die tijd. Ik heb niets tegen literatuur, en er zijn ook literaire schrijvers die hun tijdsbeeld goed vastleggen, maar ik denk toch dat die stelling in grote lijnen klopt.”

Welke thrillerschrijvers hebben u beïnvloed?
“Van bijna elk boek dat ik ooit gelezen heb, heb ik iets meegepikt. Al was het maar hoe het niet moet. De eerste misdaadverhalen die ik las waren Maigrets. Simenon’s sfeertekeningen van Parijs vind ik nog altijd prachtig. Maar de meeste indruk op mij maakten toch de tien Martin Beck-romans, waarin Sjöwall en Wahlöö met een fileermes de moderne tijd te lijf gaan. Die boeken zijn nu dertig tot veertig jaar oud, en hebben nog vrijwel niets van hun kracht verloren. Van meer recente datum vind ik Henning Mankell erg goed, al lijkt diens Kurt Wallander soms wel veel op Martin Beck. Mijn favorieten zijn dus Europees. Amerikaanse thrillers lees ik beduidend minder. Ik heb een lichte aversie tegen de opdringerige cultuur van de Amerikanen, hoe goed sommige van hun schrijvers ook zijn.”