Cold case Olof Palme: Zweden jaagt op een schaduw

Reconstructie van de moord. Foto: politie Zweden

Een van Europa’s grootste misdaadmysteries bereikt een macabere mijlpaal: de moord op de Zweedse premier Olof Palme is ook na veertig jaar een cold case. Met dank aan een reeks gerechtelijke dwalingen en de Zweedse obsessie met samenzweringstheorieën. Is DNA-onderzoek de laatste hoop? De politie wil er niet eens aan beginnen. Moet Zweden het dan zoeken in een waarheidscommissie? Of in AI? Of vertelt de verdwenen revolver van Christer Andersson de waarheid?

”Ik lunchte vaak in het restaurant van het parlement, en dan kwam Palme er soms bij zitten. Hij was dan heel vriendelijk en belangstellend. Maar hij had een andere kant. Ik wilde hem eens om commentaar vragen over de minister van justitie die moest aftreden vanwege gesjoemel in een belastingkwestie. Ik wachtte Palme op in de kanselarij. Maar toen hij kwam, stoof hij mij voorbij en liet hij me door zijn bodyguards naar buiten gooien.”

Jan Mosander, de éminence grise van de Zweedse journalistiek, vertelt het met een glimlach. Hij maakte de sociaaldemocraat Palme jarenlang van nabij mee. ”Hij was heel emotioneel in zijn toespraken, maar kon ook hard en arrogant zijn. Mensen hielden van hem, maar er was tegelijkertijd ook haat. De vraag is natuurlijk of dat een moord zou kunnen uitlokken.”

Een koude nacht in Stockholm

De moord kwam er, in hartje Stockholm, op vrijdag 28 februari 1986, om 23:21 uur. Plaats van handeling: de hoek van de brede boulevard Sveavägen en het tegen een heuvelrug doodlopende zijstraatje Tunnelgatan. Een plek ook waar ondanks het late tijdstip nog veel verkeer en voetgangers waren, en daarmee een bizarre locatie voor een moord.

De bioscoop Grand die Palme bezocht. Foto: Marc Pennartz

Olof Palme (59) wandelde met zijn vrouw Lisbeth naar huis na een avondje uit. Ze waren, zonder lijfwacht, naar de Grand-bioscoop geweest, 300 meter verderop langs Sveavägen. Het was koud en op de stoep lagen restjes sneeuw en ijs. Op de hoek van Tunnelgatan verscheen een man met een revolver achter het koppel. Hij schoot twee keer. Palme was op slag dood. De tweede kogel schampte langs de rug van zijn vrouw. De schutter vluchtte Tunnelgatan in, nam de trappen die de heuvel op leidden en verdween.

Lisbeth Palme sprak van een grote blanke man tussen de 30 en 40 jaar, met een indringende blik, gekleed in een donkerblauw jack. Getuigen schatten hem 180 tot 190 cm. Wat opviel was zijn vreemde manier van lopen. ”Hij rende als een olifant”, vertelde een taxichauffeur. Een andere getuige vergeleek hem met een eland.

Politiecommissaris Pål Johansson kreeg een onbehaaglijk gevoel toen hij over de moord hoorde. “Een man die een vuurwapen gebruikt en bijna geen sporen achterlaat, en als een schaduw in een steeg verdwijnt: ik begreep meteen dat dit moeilijk zou worden, tenzij we hem snel zouden oppakken.”

2020: de oplossing die er geen was

Veertig jaar later heeft Zweden nog geen definitief antwoord op de vraag wie de schoten loste. Tot 2020, 34 jaar lang, was de politie actief op zoek. In juni van dat jaar, middenin de pandemie, presenteerde justitie opeens iets wat als oplossing werd verkocht. Stig Engström, reclameman van de verzekeringsfirma Skandia, zou de dader zijn.

Op de avond van de moord had hij overgewerkt in het kantoor van Skandia, direct naast de plaats delict. Naar eigen zeggen kwam hij naar buiten toen het tweede schot werd gelost en hielp hij bij de pogingen van voorbijgangers om Palme te reanimeren. Maar andere getuigen konden zich Engström niet herinneren, tenminste voor zover zij daarnaar gevraagd werden.

Dertig jaar lang beschouwde justitie Engström als een man die zich wat gewichtiger had voorgedaan dan hij was, maar niet als een verdachte. Dat veranderde met de komst van een nieuwe onderzoeksleiding in 2017. De speurders meenden dat Engström wellicht zelf de trekker had overgehaald. Waarom kon niemand zeggen, en ook niet waarmee, want hij bezat geen revolver. En Engström hiernaar vragen ging niet, want hij was in 2000 uit het leven gestapt.

Plaats delict, kort na de moord. Foto: politie Zweden

Maar het bleef de politie intrigeren waarom hij zo veel details over de moord wist als anderen hem niet hadden gezien. De openbare aanklager besloot daarop het moordonderzoek stop te zetten zonder enig bewijs, en met als reden dat de verdachte dood was.

Daar kwam veel kritiek op, maar justitie gaf geen krimp. Tot 18 december 2025. Toen haalde de nieuwe hoofdaanklager Lennart Guné de conclusies van zijn voorganger onderuit. Hij vond het bewijs tegen Engström onvoldoende en sprak hem postuum vrij van alle verdenkingen.

Guné had het dossier nog eens doorgenomen nadat er een verzoek van journalisten was binnengekomen om Palme’s jas opnieuw op DNA-sporen te onderzoeken. Dat Engström werd afgevoerd als verdachte, betekende echter niet dat het moordonderzoek weer open ging. “Op basis van het beschikbare materiaal kan niet worden aangetoond wie de dader is en verder onderzoek zal waarschijnlijk geen doorslaggevende verandering in de bewijslast teweegbrengen”, liet hij weten.

Mensen waren voor of tegen Palme

Olof Palme was een politicus in hart en hoofd. Meer dan tien jaar was hij premier van Zweden. Hij genoot ook internationaal veel aanzien. Palme had lef. Als enige Europese regeringsleider vergeleek hij de strijd van de Amerikanen in Vietnam met de gruweldaden van de nazi’s. Palme steunde ook het verzet tegen de apartheid in Zuid-Afrika en bemiddelde namens de VN in de oorlog tussen Irak en Iran.

In eigen land had hij meegeholpen aan de opbouw van een verzorgingsstaat die het beste van socialisme en kapitalisme probeerde te verenigen. Dat verliep echter nooit zonder spanningen. Mensen waren voor of tegen hem: de bevlogen en vaak vlijmscherpe redenaar Palme liet niemand onberoerd.

Olof Palme. Foto: Wikimedia Commons

De moord was dan ook voorpaginanieuws in de hele wereld en verlamde Zweden. De politie kwam snel ter plaatse, maar had geen idee waar de dader naartoe was gevlucht. ”Het was voor ons een grote klap, op alle niveaus, om niet te zeggen dat er paniek was”, herinnert Sonny Björk zich. Hij kwam als forensisch onderzoeker van de politie in de vroege ochtend van 1 maart op de plek van de moord. De afzetting die zijn collega’s eerder die nacht hadden aangebracht was veel te klein, en niemand had nog naar sporen gezocht.

Kogels, maar geen revolver

Björk ging aan de gang met een metaaldetector, op zoek naar kogels, maar het waren alerte burgers die ze vonden. Of beter: één burger en de hond van een wandelaar die tussen de sneeuw de kogel opgroef die Palme doodde. Daarbij bleef het. Björk: ”Er was wel een bewakingscamera langs de vluchtroute maar daarvan was het uitzicht versperd door bouwcontainers. We hadden alleen de kogels en het bloedspoor.”

De kogels bleken van het tamelijk zeldzame type Winchester Western Metal Piercing, luidde de conclusie. Dat betekende dat de moordenaar hoogstwaarschijnlijk een magnumrevolver kaliber .357 had gebruikt, ook al geen alledaags wapen.

Verdachten

De vaststellingen zouden pas jaren later een concreet spoor opleveren: Christer Andersson. Voordat deze zonderlinge wapenliefhebber in beeld kwam, waren er andere verdachten, zoals de zelfverklaarde ”newborn christian” Victor Gunnarsson en de Koerdische separatisten van de PKK.

Gunnarsson was een rare vogel, maar had een alibi, zo bleek. Na zijn vrijlating moest alles wijken voor het PKK-spoor: een geval van tunnelvisie met voor het onderzoek desastreuze gevolgen. De politie had uiteindelijk niets behalve wat afgeluisterde telefoongesprekken met cryptische boodschappen en oncontroleerbare uitlatingen van dubieuze figuren. De obsessie van de speurders met de PKK kostte in 1987 de kop van de eerste onderzoeksleider Hans Holmér. Kort ervoor was hij door de Zweden nog tot man van het jaar uitgeroepen.

De volgende misstap was in 1989. De gewelddadige draaideurcrimineel Christer Pettersson, die motief noch wapen had en mogelijk een alibi, werd tot levenslang veroordeeld voor de moord. Het enige bewijsmateriaal was dat Lisbeth Palme in Pettersson de moordenaar meende te herkennen. Dat woog in hoger beroep niet zwaar genoeg: najaar 1989 sprak het gerechtshof Pettersson weer vrij. Later onthulde een documentaire dat een van de speurders getuigen een hoge beloning had voorgespiegeld als ze voor Pettersson belastende verklaringen zouden afleggen.

De politie loste proefschoten met ingeleverde revolvers. Foto: politie Zweden

De revolver van Christer Andersson

De politie deed hierna, rijkelijk laat, een poging om het moordwapen te vinden. Iedereen in de regio Stockholm met een vergunning voor een magnumrevolver, bijna 600 mensen, moest het wapen inleveren voor een proefschot. Technisch onderzoek kon dan uitwijzen of de kogel die Palme doodde uit deze revolver kwam, omdat elk vuurwapen unieke sporen achterlaat op een kogel.

Pas vier jaar na de start van deze proefschotcampagne, in 1994, ontdekte de politie dat één persoon, ene Christer Andersson, hieraan geen gehoor had gegeven. Eenmaal op het matje geroepen ontkende hij eerst dat hij de oproepen van het Palme-team ontving. Later beweerde Andersson niet te hebben gereageerd, omdat hij ”geen zondebok” wilde worden. Maar waar was het wapen dan? Dat had hij in de tussentijd illegaal verkocht aan een onbekende drugsdealer in een park, omdat hij dringend geld nodig had, zei Andersson.

Pål Johansson, rechercheur van het Palme-team, gelooft nog altijd niets van die wapenverkoop. Hij denkt dat Andersson het wapen verborg of weggooide. ”We hebben een huiszoeking gedaan, hem opgepakt en verhoord. Hij ontkende alles en we vonden niets. Maar we waren er vrij zeker van dat hij het wapen niet had verkocht. En dat maakte hem zo interessant. Want als je vrijwillig een illegale wapenverkoop op je neemt, zoals hij deed, én daarover liegt, dan moet je als het ware een groter belang willen beschermen dan die wapenverkoop. Dat intrigeerde ons: wat heeft hij gedaan dat erger is dan dit?”

Scenario

Christer Andersson, 1992 (pasfoto).

Tijdens het onderzoek kwamen heel wat verdachte omstandigheden naar boven. Andersson, die eerder veel geld had gewonnen met gokken op paarden, leefde midden jaren tachtig van aandelenhandel. Op de dag voor de moord was de beurs echter gecrasht door een belastingverhoging van de regering-Palme. Daarnaast bleek dat hij ook lang daarvoor een bloedhekel had aan de sociaaldemocraat.

Andersson, die 33 was op het moment van de moord, woonde in 1986 op wandelafstand van de plaats delict. Hij had geen overtuigend alibi en paste perfect in de hypothese van de politie. Dit scenario ging ervan uit dat Palme bij toeval was gespot bij de bioscoop door een wapenbezitter met een stevige haat jegens de premier. Die persoon zou dan, terwijl Palme naar de film keek, thuis zijn revolver hebben gehaald en de premier vervolgens tot aan de hoek bij Tunnelgatan zijn gevolgd. Dit scenario werd ondersteund door meldingen van getuigen over een mysterieuze man die rondhing bij de bioscoop, voor en na de filmvoorstelling.

Johansson: ”We hebben zijn moeder verhoord. Toen de speurders haar vertelden dat ze zou worden ondervraagd over haar zoon en Olof Palme, zei ze meteen: Ja, hij hield niet van Olof Palme. Het was een eenzaat. Toen hij bij ons binnenkwam, waren we onder de indruk van zijn fysionomie. Hij paste heel goed bij de beschrijving van de dader.”

Een kogel door de tv

Leif*, een neef van Andersson die niet met zijn echte naam in de media wil, had in die periode regelmatig contact met hem. “Enkele maanden voor de moord vertelde Christer mij dat hij ooit een kogel door zijn tv had geschoten toen Palme in beeld kwam. Hij liet toen ook zijn revolver zien. Die lag op zijn salontafel, als ik het me goed herinner.”

Leif gaat verder: ”Als er iets misliep in de politiek of op de aandelenmarkt, gaf hij Palme de schuld. Toen de media meldden dat de moordenaar een vrij grote man was met een ietwat onhandige manier van bewegen, had ik meteen mijn vermoedens. Ik heb daarna elk contact met hem vermeden, want als je een premier kan doden, dan kan je ook degene uit de weg ruimen die jou kan ontmaskeren.”

Hij herinnert zich dat Andersson als kind al een kort lontje had. Uit documenten blijkt ook dat hij contact had met de jeugdpsychiatrie. Later waren er twee veroordelingen, in 1985 wegens dierenmishandeling toen hij een hondje de lucht in schopte omdat het blafte, en voor het mishandelen van een 18-jarige treinreiziger in 2002 omdat hij zich ergerde aan het balorige gedrag van hem en zijn vrienden. Beide keren kwam hij er van af met een boete.

Politiefoto Christer Andersson.

Zelfmoord met de politie aan de deur

De politie bleef Andersson jarenlang als een verdachte zien en overwoog in 2006 een undercoveroperatie, in de hoop dat hij dan zou lossen waar zijn revolver was. Maar het kwam er niet van. In 2008 beroofde Andersson zich van het leven, precies toen er twee agenten voor zijn deur stonden. Zijn broer had de politie gestuurd, omdat Christer zijn telefoon niet opnam. Volgens Leif, die enkele jaren ervoor toch weer contact met hem zocht, voelde Andersson zich mislukt en gedeprimeerd.

Na zijn dood bleek dat hij, via de schietvereniging waarvan hij lid was, rond 1983 kogels had gekocht van hetzelfde bijzondere type als de moordenaar gebruikte. Iets wat Andersson in verhoren had ontkend. Pål Johansson: ”Ik had graag alles gedaan om die zaak met Christer tot op de bodem uit te zoeken. Het knaagt aan me dat dit niet gelukt is.”

En er was meer nieuws na Anderssons overlijden. In 2020 dook een tot dan onbekende compositietekening op van de man die Palme zou hebben achtervolgd na zijn bezoek aan de bioscoop. Het beeld, gemaakt in het weekend na de moord, vertoont sterke gelijkenissen met Andersson.

“Als je alles wat we over hem weten op een rijtje zet, dan moet je je afvragen hoe waarschijnlijk het is dat dit allemaal gebeurt als deze persoon Palme niet heeft vermoord”, meent oud-commissaris Jan Olsson die als profiler bij het Palme-onderzoek betrokken was.

Complotindustrie

Hoewel Andersson een verdachte is volgens het boekje, geloven veel Zweden niet in een eenzame moordenaar. Sinds 1986 is er een hele Palme-industrie ontstaan. Ook in de aanloop naar de veertigste sterfdag van de premier verschijnen er tal van boeken, artikelen, podcasts en documentaires met meestal complotverhalen.

Volgens misdaadanalist Jan Olsson, in Zweden bekend als Supersnuten (de Superflik), wijst de toedracht van de moord echter op geen enkele manier op een complot. Hij deed er in de jaren negentig uitgebreid onderzoek naar, samen met psychiater en profiler Ulf Åsgård. Ze namen in opdracht van het Palme-team tienduizenden dossierstukken door. “Als er iemand op zoek was naar tekenen van een samenzwering, dan waren wij het. Maar we vonden niets.”

Jan Olsson. Foto: Marc Pennartz

Olsson zegt dat Palme’s bezoek aan de bioscoop niet was gepland. Volgens hem wijst ook niets erop dat de premier gevolgd werd toen hij naar de film ging. Dus moest de moord een min of meer spontane actie zijn geweest. Ook de modus operandi en het gebruikte wapen kwamen op hem niet professioneel over.

Walkietalkies

Aanhangers van complotten wijzen echter op de talrijke meldingen van mannen met walkietalkies. Volgens hen bewijzen die hun theorieën. Er zijn er tientallen: burgers die op of rond de dag van de moord personen met walkietalkies meenden te hebben gezien, op tal van locaties in Stockholm. Vrijwel geen enkele walkietalkiemelding kon worden verklaard. Smartphones bestonden nog niet. De media sprongen er gretig op, en dat lokte jaren na de moord nog nieuwe getuigenverklaringen uit.

Olsson gelooft niet dat de walkietalkies iets met de moord te maken hebben. “Wanneer gebruik je als prof een walkietalkie? Als het object beweegt. Maar hier worden juist walkietalkies gezien als Palme in de bioscoop zit. Maar niet als hij op weg is naar de film of erna.”

Die logica, eerder vastgelegd in een stevig onderbouwd rapport in 1994, kon de geruchtenmolen niet stoppen. De samenzweringstheorieën kregen nog meer vuur toen bleek dat de Zweedse veiligheidsdienst Säpo uitgerekend op 28 februari 1986 een geheime operatie had uitgevoerd in Stockholm. Hadden de walkietalkies daar mee te maken? Was Palme misschien vermoord door een Säpo-agent? Nee hoor, zeiden betrokkenen. “De operatie was afgelopen voor Palme werd vermoord.” Maar hoe betrouwbaar was een Säpo-verklaring?

Het bleef niet bij verdachtmakingen van de Zweedse veiligheidsdienst. Ook de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Irak, Chili en de Zweedse tegenhanger van het Gladio-netwerk werden door de jaren heen van de moord beschuldigd. Hetzelfde geldt voor extreem-rechtse politiemensen, aanhangers van Scientology en schimmige sektes. Al die theorieën vielen slecht bij de politie, zegt Pål Johansson, want die “dwaze tips uit de media”, zoals hij ze noemt, moesten wel onderzocht worden. Dat kostte tijd die de speurders liever in iets anders hadden gestoken.

Zuid-Afrika aan de knoppen

Wellicht de hardnekkigste hypothese is dat het toenmalige apartheidsregime in Zuid-Afrika de Zweedse premier liet vermoorden. Palme steunde openlijk de verzetsbeweging ANC van de toen gevangen zittende Nelson Mandela, die na het einde van de apartheid president zou worden. Het spreekt vanzelf dat Palme’s steun aan het ANC de Zuid-Afrikaanse regering niet zinde.

Het verhaal dat Zuid-Afrika opdracht gaf tot de moord keert geregeld terug in een nieuwe verpakking. Auteur Jan Stocklassa maakte er de voorbije jaren een boek en een docureeks over. Hij baseerde zich op nagelaten archieven van bestsellerschrijver Stieg Larsson. Stocklassa wees naar Bertil Wedin, een extreem-rechtse journalist uit Zweden die op Cyprus woonde en eerder duistere klussen voor Zuid-Afrika zou hebben opgeknapt. Had hij de moordenaar geronseld?

De dader vluchtte deze trap op. Foto: Marc Pennartz

Jan Mosander trof Wedin in 1986 in de chique Operabar in Stockholm. Ook Mosander sloot aanvankelijk niet uit dat de man betrokken was bij de moord. “Hij beloofde me toen een interview. Ik trof hem daarna in de herfst van 1986 op Cyprus. Ik weet nog dat hij bij die ontmoeting naar alcohol rook en niet bepaald nuchter was. Toen ik hem vragen stelde naar zijn contacten met extreem-rechts, kon hij nauwelijks antwoorden geven. Opeens begon hij een verhaal op te hangen dat hij iemand kende van de Rote Armee Fraktion in Duitsland en dat die de moord gepleegd had. Terug in Stockholm heb ik een dikke streep door mijn aantekeningen getrokken. Het was zinloos.”

ANC-congres

Kort voor de moord hield het ANC een congres in Stockholm. Volgens politieveteraan Sonny Björk was het daarom aannemelijk dat er die week mensen van de Zuid-Afrikaanse veiligheidsdienst in Stockholm waren. Het was immers hun job om te achterhalen wat het ANC bekokstoofde. “Maar als je zegt dat daarom de moordenaar van Palme uit Zuid-Afrika kwam, moet je nog wel een man met een revolver in de hand op Sveavägen neer kunnen zetten. En hoe wil je dat bewijzen? Gewoon ondervragen? Het is niet erg waarschijnlijk dat zo iemand eventjes de moord op een premier bekent.”

Jaren na zijn contacten met Wedin ontmoette Mosander Nelson Mandela op het World Economic Forum in Davos. ”Hij was toen inmiddels geen president meer. Mandela zei me dat al die speculaties over de moord op Palme in Zuid-Afrika goed waren onderzocht en dat er geen basis voor was. Zelf vraag ik me af wat zo’n moord de Zuid-Afrikanen zou hebben opgeleverd. Het zou de steun van Zweden aan de anti-apartheidsbeweging echt niet hebben verminderd. Integendeel.”

Mosander denkt dat de moordenaar voor eigen rekening handelde. ”Er wordt veel gepraat over samenzweringen en dat er een organisatie achter de moord zat. Ik betwijfel dat. Anders zou er allang een betrokkene zijn mond voorbij hebben gepraat. Het kan daarentegen heel moeilijk zijn om een eenzame moordenaar op te sporen, zeker als die spontaan tot zijn daad is gekomen.”

“Palme werd niet vermoord”

De complottheorie die het verst gaat is die dat Palme niet eens vermoord is. Dat verhaal bestaat in meerdere varianten en is de laatste jaren bijzonder populair geworden. Een lezing op YouTube waarin de tot schrijver omgeschoolde discjockey Claes Hedberg voor de Zweedse Rotary Club uitlegt dat Palme een moord in scène liet zetten om te kunnen vluchten naar het buitenland, heeft al ruim 325.000 views gekregen. Dat is meer dan elke andere YouTube-video over de moord.

Graf van Olof Palme. Foto: Marc Pennartz

Palme zou volgens Hedberg het HIV-virus hebben opgelopen en stiekem zijn vertrokken om zijn familie en de sociaaldemocratische partij de schande te besparen. De grote kranten en tv-zenders zwijgen over Hedbergs merkwaardige fantasie, die steunt op geruchten, halve waarheden en hele leugens. Maar in het tijdperk van desinformatie en fake news wordt ze ook in Zweden door een almaar breder publiek omarmd.

Waarheidscommissie

De vroegere tv-journalist Lars Borgnäs maakt het niet zo bont, maar verwerpt wel elke theorie die uitgaat van een eenzame dader. In de jaren negentig maakte hij furore met conspiratorische reportages voor de Zweedse openbare omroep. Daarin interviewde hij de leiders van het Palme-onderzoek alsof ze terechtstonden in een tribunaal. Het leverde spectaculaire televisie op die veel Zweden ervan overtuigde dat Palme slachtoffer was van een duister complot. Maar wie met een kritisch oog keek, zag niet veel meer dan onbevestigde verhalen uit weinig betrouwbare bronnen.

Borgnäs hield er wel een quasi legendarische status onder samenzweringstheoretici aan over. Nu heeft hij een oproep gedaan om een “waarheidscommissie” op te richten die zelf onderzoek naar de moord mag doen. Ook hij verwijst naar de walkietalkies in Stockholm. Borgnäs wil meer weten over de geheime operatie van veiligheidsdienst Säpo. Hij denkt tevens aan Zweedse militairen. Het leger zou die avond een oefening hebben gehad in Stockholm; een gerucht dat onvoldoende zou zijn onderzocht.

Het is de bekende mantra bij verstokte complotdenkers: als hun favoriete theorie niet kan worden bevestigd, is die automatisch “onvoldoende onderzocht” in plaats van een luchtkasteel.

Hoewel dossierstukken dankzij de transparante Zweedse wetgeving sinds 2020 door iedereen kunnen worden opgevraagd, is een deel van het materiaal, officieel vanwege privacyredenen, niet toegankelijk. Ook zijn niet alle documenten over Palme bekend die de Säpo bezit.

Palme tijdens een forumdiscussie over oost-westverhoudingen. Foto: Wikimedia Commons

“Het is nu hoog tijd om de hiaten in het moordonderzoek aan te pakken en licht te laten schijnen in alle verduisterde kamers die al veertig jaar lang gesloten zijn voor inzage. Wij willen dat er een waarheidscommissie komt met een buitengewoon sterk mandaat, benoemd door de regering en het parlement”, klinkt het op de website van Borgnäs en zijn medestanders die voor 28 februari 2026 een manifestatie in Stockholm aankondigen.

Parlementair onderzoek

De roep voor parlementair onderzoek is niet nieuw. Sterker nog: al twee maal eerder was er zo’n enquête. Het meeste werk verrichtte de onafhankelijke onderzoekscommissie die eind jaren negentig actief was. De commissie kwam tot de conclusie dat de politie zelfs té veel werk had verricht: ze deed zaken die ze in andere moordzaken niet nodig zou hebben gevonden.

Tegelijk nam de politie volgens de commissie sommige potentiële motieven voor de moord niet serieus, zoals de schimmige wapendeal van wapenfabriek Bofors met India, de rol van Palme als bemiddelaar tussen Iran en Irak, en de politiek geïnspireerde haat jegens Palme. De commissie gaf ook een onvoldoende voor het onderzoek naar Christer Andersson. Maar de pleitbezorgers van een nieuwe waarheidscommissie vinden dat het werk van die oude commissie niet volstaat, omdat ze niet alle informatie kon inzien.

Gaat AI Palme’s moordenaar vinden?

Anderen hebben hun hoop gevestigd op artificiële intelligentie. Rond de veertigste verjaardag van de moord verschijnen er zowel een podcast als een documentairereeks waarin de makers, los van elkaar, AI-modellen loslaten op openbare stukken uit het dossier.

Dat klinkt hip en vooruitstrevend, maar ook als een hachelijke onderneming. Zo heeft AI de neiging om de gebruiker naar de mond te praten. Wil je een complot als oplossing? Je krijgt er een op maat. Liever een eenzame gek? Voilà, hier is hij, met even veel “bewijsmateriaal”.

Maar is dat bewijsmateriaal er wel? Lang niet alle verhoren, pv’s en pm’s uit het Palme-onderzoek zijn bekend. De makers van de podcastreeks Spår, Martin Johnson en Anton Berg, schatten dat nog altijd maar 30.000 van de ongeveer 500.000 documenten in het dossier door burgers zijn opgevraagd en naar hen doorgesijpeld.

Met die stukken kan van alles mis zijn. Getuigen, verdachten en tipgevers zijn vaak geanonimiseerd. Van de meeste verhoren bestaan alleen samenvattingen en geen transcripties, en de kwaliteit van de ondervragers staat al vier decennia ter discussie. Ook een computerprogramma kan meestal niet met zekerheid zeggen of iemand bewust liegt of per ongeluk iets verkeerd heeft opgevat. En soms zit de waarheid in informatie die ontbreekt, maar hoe vind je die?

De makers van Spår, die een Nederlands-Belgisch IT-bedrijf opdracht gaven een AI-zoekmotor te ontwikkelen, willen nog niet in hun kaarten laten kijken. Ze hopen wel feit van fictie te kunnen onderscheiden. Een definitieve oplossing van de moord hoor je ze niet beloven, wel dat hun podcast-zoektocht tot in 2027 doorgaat.

DNA op Palme’s jas

DNA dan maar? DNA-onderzoek geldt als de heilige graal in cold cases en moordonderzoeken. Zou dat ook in de zaak-Palme uitsluitsel kunnen bieden? In 1986 zocht de politie nog niet naar DNA-sporen. Pas een jaar later zou in Engeland voor het eerst een moordenaar door een DNA-match achter de tralies belanden. Toen DNA-onderzoek almaar verfijnder werd, besloot de Zweedse politie om de jas van Palme te onderzoeken.

Palme’s jas. Foto: politie Zweden

“Ik was erbij toen de kleding van de slachtoffers werd onderzocht. Ik herinner me dat we met de jas van Olof Palme heel voorzichtig omsprongen”, vertelt Jan Olsson. “Er zijn getuigenverklaringen die zeggen dat de dader de jas kan hebben aangeraakt. Toen in 2020 werd aangekondigd dat er een besluit op til stond in de zaak-Palme, dacht ik dat ze misschien DNA hadden gevonden van Christer Andersson.”

Dat bleek niet het geval. Uit een onderzoek van 2020 bleek dat er weliswaar DNA-sporen op de jas zaten, maar dat er slechts één volledig profiel uit kon worden afgeleid: dat van Palme zelf. Daarnaast waren er diverse mengsporen. Daarvan is sprake als het DNA van meerdere personen door elkaar zit, iets wat het opstellen van een compleet profiel ondoenlijk maakt.

Een nieuwe kans?

De techniek ontwikkelt zich echter steeds verder. Wellicht wordt het in de toekomst wel mogelijk om nieuwe volledige profielen af te leiden uit de sporen op de jas. De politie moet dan wel over het DNA van potentiële verdachten beschikken om te kunnen vergelijken. Van de overleden Andersson heeft de politie geen DNA in de databank, al kan er via nog levende familie wel een verwant profiel worden verkregen.

Een andere voorwaarde is dat de jas van Palme goed bewaard blijft, en dat er niemand meer met blote handen aan komt. Of dat gebeurt, is de vraag. Na de stopzetting van het onderzoek in 2020 is de jas van Olof aan de zonen van Palme teruggegeven. Die zouden het kledingstuk nu “op een geheime plaats” bewaren. Hebben ze de jas ook maar een keer tevoorschijn gehaald, is de kans aanwezig dat er nieuwe DNA-sporen zijn achtergelaten en dat bestaande sporen verder zijn verzwakt.

Forensisch onderzoeker Sonny Björk is om een andere reden niet optimistisch: “DNA breekt af in de loop van de tijd. Zelfs al heeft de dader huidcellen achtergelaten op de jas van Palme, dan kan het zijn dat je nu al niets meer vindt, omdat ze intussen zijn afgebroken.”

Raakte de dader Palme aan?

Er is nog een factor: weten we zeker dat de dader Palme heeft aangeraakt? Het antwoord is nee. Er zijn twee getuigen die het niet uitsluiten, maar hun verklaringen zijn op meerdere punten betwistbaar. Andere getuigen hebben niet gezien dat de schutter Palme aanraakte.

Er schuilt nog een addertje onder het gras. De nu van alle blaam gezuiverde Stig Engström beweerde altijd dat hij meehielp om de stervende Palme op zijn zij te leggen. Als dit klopt, wordt er misschien DNA gevonden van Engström op de jas. Wat gebeurt er dan? Wordt hij voor de tweede keer postuum tot hoofdverdachte uitgeroepen?

Hoe het ook zij: het blijft een hypothetische discussie zolang justitie geen aanleiding ziet om de zaak te heropenen. Tot die tijd komt er vrijwel zeker geen hernieuwd DNA-onderzoek.

Vind de revolver, of toch niet?

Of een waarheidscommissie, als die er al zou komen, meer waarheden bovenspit dan een onderzoekscommissie die dertig jaar eerder het dossier mocht uitpluizen, is twijfelachtig. Niet in de laatste plaats omdat de helft van de mensen die zo’n commissie zou willen ondervragen intussen dood is.

Artificiële intelligentie loslaten op een reusachtig en complex dossier als dit, is een interessant experiment, maar vooralsnog is AI een technologie met kinderziektes waarvan de betrouwbaarheid vraagtekens oproept. En DNA-onderzoek mag dan wereldwijd cold cases oplossen, je hebt er eerst een DNA-spoor van een verdachte voor nodig, en niemand weet of dat er is bij Palme.

Sonny Björk op de plaats delict. Foto: Marc Pennartz

Back to basics dan maar? De meeste kans op een oplossing biedt de vondst van het moordwapen. De politie had hier lang de hoop op gevestigd. Maar ook die hoop werd de grond ingeboord.

Het Nationaal Forensisch Centrum in Zweden kwam in 2020 na nieuw onderzoek van de kogels tot een ontluisterende conclusie. “De sporen op de kogels zijn zo beperkt in omvang en complexiteit dat het nooit praktisch mogelijk is geweest om ze te koppelen aan het wapen waarmee ze zijn afgevuurd”, staat er te lezen in het rapport.

“Er is wel nog een kans”

De proefschotcampagne waar de politie zoveel van verwachtte, was dus mogelijk vergeefs. Echter niet volgens Sonny Björk. De gepensioneerde wapenexpert van het Palme-team ziet nog wel een kans.

Hij erkent dat de kogels niet in perfecte staat zijn. “Maar de sporen die er wel op staan, vertonen volgens mij zoveel details dat je bij een vergelijk wel kunt bepalen of kogels uit hetzelfde wapen afkomstig zijn. Misschien niet tot in de hoogste mate van overeenstemming, maar wel voldoende om een eindje op weg te komen. En als je dan zo’n wapen hebt, moet je het terug kunnen voeren naar 1986. Wie bezat het toen? En wie schoot ermee op Sveavägen?”

Maar ook hier geldt hetzelfde als bij DNA: de politie gaat niet meer zoeken naar die revolver.

De overheid geeft op

De Zweedse bevolking blijft met een zuur gevoel achter. Hoewel velen een antwoord willen, is de moordzaak voor de overheid schijnbaar een afgesloten hoofdstuk dat alleen door een toevalstreffer weer open kan. Dus moeten de Zweden hopen op een onverwachte vondst in iemands nalatenschap of op een magneetvisser die een roestige magnumrevolver in een van de 100.000 Zweedse meren tegenkomt.

In de veertig jaar na het fatale schot in Stockholm heeft het land veel gezien: een politieteam dat alle kanten op rechercheerde maar altijd mank liep, een rij gerechtelijke dwalingen, de meest waanzinnige samenzweringstheorieën, de hoop op een verlossende nieuwe techniek, verdachten die uit het leven stapten voor de politie bewijs vond…

Alles lijkt te zijn onderzocht. En toch weet Zweden over de toedracht van de moord op Olof Palme niet veel meer dan op vrijdag 28 februari 1986, 23:21 uur. Dit wordt ongetwijfeld vervolgd.


* De echte naam van Leif is bekend bij de auteur van dit stuk.

Enkele citaten in dit artikel zijn ontleend aan de documentairereeks The Palme Assassination: The Lost Trail, gemaakt door Marc Pennartz en Peter Isaksson. Lees meer over deze reeks.

Waardeer dit artikel

Dit verhaal heb je gratis gelezen, maar het maken ervan kost tijd en geld. Als je dit artikel interessant vindt, dan kan je dit laten blijken met een kleine donatie. Jouw bijdrage houdt onafhankelijke journalistiek in stand. Doneer via PayPal of bankkaart. Hartelijk dank!

Scroll naar boven