
Recensie van concert Gavin Friday, Bourlaschouwburg, Antwerpen, 22 februari 2026, naar aanleiding van zijn album Ecce Homo. Over een dwarsligger die smacht, zalft, kreunt en dan vlijmscherp uithaalt.
“Doe wat je in gedachten hebt, ook al heb je er geen geld voor. Trek je niets aan van de wereld, de business, de politiek en hoe deze naar je kijkt. Wees DIY Punk.”
Met die boodschap stond Gavin Friday op 22 februari in de Antwerpse Bourlaschouwburg. De Ierse zanger gaf er zijn derde concert van de tweede Europese tournee ter ere van zijn laatste album Ecce Homo uit 2024. En dat precies daarover gaat: je eigen weg volgen in een warrige, vijandige wereld.
Bijna twee uur stond (en zat en danste) de Dubliner op het podium: glitters op het kale hoofd, Prada-plateauzolen aan de voeten. En met vier competente begeleiders, netjes verdeeld in twee mannen en twee vrouwen, waarbij er een glansrol was voor Renaud Pion, die al sinds 1992 fagot, klarinet en andere houtblazers bespeelt in Fridays band.
Boosheid en verdriet
Het onzichtbare extra bandlid was de lichttechnicus die het podium in een rosse nachtclub kon veranderen en de zaal in een rondtollende disco. Niet toevallig het universum waarin Ecce Homo het best gedijt. De plaat, een onverbloemd pleidooi voor onafhankelijkheid én solidariteit, raast in no time van introspectieve klarinetmelodieën en treurdichten naar fonkelende techno en explosieve verontwaardiging.
Er is veel boosheid op Ecce Homo (‘Zie de mens’), over onrecht en misbruik, over religie, de verdwazing van het smartphone-bestaan. Daar tegenover zet Friday bespiegelingen over verdriet, verlies en vriendschap, maar even gemakkelijk een ode aan zijn hondjes. Ecce Homo is directer dan zijn voorgangers, mede door de klatergouden orkestraties en weldoordachte arrangementen, en het nachtelijke muzikale decor zit Friday als gegoten.
Statements

In de Bourla wisselden persoonlijke en politieke statements elkaar ook af in zijn lange, onderhoudende en altijd betekenisvolle bindteksten. Hij rekende af met de Verenigde Staten en intolerantie, wees op de rijkdom van de Europese cultuur, en kwam op voor de rechten van alle genders en seksuele smaken. Mocht hij ooit meedoen met de verkiezingen, je zou blind op hem stemmen.
Toch zal Fionán Martin Hanvey nooit een politicus worden, juist omdat hij Gavin Friday is. Als individualistische dwarsligger doet hij waar hij zin in heeft, en wanneer hem dat uitkomt. Wie in 36 jaar maar vijf albums uitbrengt, is vermoedelijk ook niet geïnteresseerd in zoiets banaals als een carrière.
Virgin Prunes
Zijn eerste groep The Virgin Prunes, ontstaan vanuit het vriendenclubje dat ook U2 voortbracht, was al een zootje ongeregeld. Hun muziek klonk schots en scheef, en anarchistischer dan alle punkgroepen bij elkaar. Toen ik als 15-jarige blaag hun debuutsingle hoorde, dacht ik naar een stel kostschoolkinderen te luisteren die zojuist de liefde hadden bedreven met de duivel, en zich nu afvroegen of ze dat tegen hun moeder moesten vertellen. Ik geef toe: ook dat beeld doet de Prunes tekort.
Hoewel de groep gaandeweg iets van haar stekels verloor, inclusief tweede zanger Guggi, bleef het contrast groot met Gavin Fridays daaropvolgende solowerk. Op Each Man Kills The Thing He Loves, vol akoestische ballades uit de schemerzone van haat en liefde, haalde hij de mosterd bij Jacques Brel, Bertolt Brecht en Kurt Weill. Waarna hij voor opvolger Adam ‘n’ Eve doodleuk voor een groots en meer elektronisch popgeluid koos, afgewisseld met lappen glamrock die knipoogden naar jeugdhelden Bowie en Bolan.
Baby Turns Blue!
The Virgin Prunes hadden tijdens hun bestaan één hit: Baby Turns Blue. De groep weigerde het nummer ooit live te spelen. Want zo waren ze. Je hit spelen was (jakkes) “commercieel”. En toen niemand het nog verwachtte, namelijk vorige week bij de aftrap van zijn tournee in Ierland, haalde Gavin Friday het nummer voor het eerst in meer dan veertig jaar van stal. Ook in de Bourla kwam het aan bod. Uiteraard tot vreugde van de verzameling grijze post-punkers in de zaal.
Twee andere Prunes-originelen, Theme for Thought en Caucasian Walk, doorbraken de denderende beats van het Ecce Homo-materiaal met lichtelijk geestverwarrende noise van een type dat ik eerder met de morsige punkkelders van mijn jeugd associeer dan met het pluche van een deftige schouwburg.
Terug naar vroeger?
Gelukkig legde Friday in de Bourla, anders dan veel generatiegenoten zouden doen, niet het zwaartepunt bij zijn back catalogue. Bijna alle nummers van zijn laatste plaat kwamen voorbij. De wat tamme en niet echt beklijvende voorganger catholic werd genegeerd op de setlist. Uit Shag Tobacco kregen we Dolls en Angel, van Adam ‘n’ Eve enkel King of Trash en, een beest verleert nooit zijn streken, natuurlijk níét Fridays enige echte solohitje I Want to Live. De keuze uit Each Man Kills… bleef beperkt tot Apologia dat in al zijn kwetsbaarheid ook 36 jaar na de release kan beroeren.
Relatief weinig oud materiaal dus, maar in het nieuwe greep hij thematisch wel meerdere malen terug naar zijn jeugd. Lady Esquire, met een dampende groove à la Iggy Pop’s Nightclubbing het meest bedwelmende moment van de avond, bezong zijn eerste drugservaring: met zijn vrienden snoof hij schoensmeer. De upbeat electropop van Cabarotica ging over het bruisende Londen van begin jaren tachtig. Een Londen dat niet meer bestaat door een teveel aan Thatcher en aanverwanten, vertelde hij in de bindtekst. Laat je wereld niet kapotmaken, waarschuwde Friday.
Campy en kitschy
De DIY Punk in Gavin Friday was nooit ver weg, maar de muzikant nog minder. Hij mag dan geen compromissen kennen, Friday kan liedjes schrijven die je na één keer beluisteren nooit meer uit je oor krijgt. Ecce Homo, de song, is zo schaamteloos catchy en kitschy dat het moeiteloos het Eurovisie Songfestival kan winnen, waarbij het eremetaal dan ook eens bij een liedje met een echt sterke tekst zou belanden.
In de Bourla toonde hij zich ook de performer die elke zaal inpakt, zelfs al heeft die moeite met zijn wel heel brede muzikale horizon. Tussen de songs door nam hij graag op een stoel plaats om wat herinneringen op te halen, wat een aangename intimiteit aan het optreden toevoegde. En er is natuurlijk zijn unieke, expressieve stem waarmee hij kan smachten, zalven en kreunen, maar ook vlijmscherp kan uithalen. In King of Trash stak er even een kikker in zijn keel en in toegift Angel wist hij niet alle hoge noten te halen, maar er zijn DIY punks die het er op hun 66e slechter van af brengen.
De doden
Er waren veel doden in Antwerpen. Met een vrije interpretatie van Tainted Love herdacht Friday zijn oude maat Dave Ball, de onlangs gestorven helft van Soft Cell en producer van zowel The Virgin Prunes als Ecce Homo. Jacques Brel kreeg een waardig eerbetoon via The Port of Amsterdam dat evenwel – het zegt veel over de kwaliteit van Fridays eigen werk – géén hoogtepunt in de set was.
Het mooie Stations of the Cross schreef Friday voor zijn goede vriendin en verwante geest Sinead O’Connor, maar moest hij vanwege haar onverwachte vertrek zelf inzingen. En hij stond ook stil bij de lijdensweg van zijn aan alzheimer gestorven moeder: de majestueuze finale in Lamento greep in de Bourla even hard naar de keel als op Ecce Homo.
Tien minuten nadat Gavin Friday het podium verliet, raakte ik betrokken bij een verkeersongeluk dat bijna mijn leven kostte. Maak dus van je leven wat je ervan verhoopt. Het kan zo gedaan zijn. Wees DIY Punk.
Waardeer dit artikel
Dit verhaal heb je gratis gelezen, maar het maken ervan kost tijd en geld. Als je dit artikel interessant vindt, dan kan je dit laten blijken met een kleine donatie. Jouw bijdrage houdt onafhankelijke journalistiek in stand. Doneer via PayPal of bankkaart. Hartelijk dank!