
Stig Engström heeft dan toch niet de Zweedse premier Olof Palme vermoord. Tot dat besluit komt hoofdaanklager Lennart Guné. Volgens hem is het onderzoek naar de moord vijf jaar geleden om foutieve redenen stopgezet. Maar een heropening van het onderzoek vindt hij zinloos.
De even populaire als omstreden sociaaldemocraat Olof Palme werd in 1986 op straat in Stockholm doodgeschoten. Het onderzoek leidde de politie in vele richtingen, maar niet naar een definitieve oplossing. De moord groeide uit tot een collectief trauma in Zweden.
Stig Engström
In juni 2020 besloot de toenmalige hoofdaanklager Krister Petersson het onderzoek stop te zetten. Volgens hem had Stig Engström de moord gepleegd. Deze grafisch ontwerper, die op de avond van de moord werkte in een kantoor naast de plaats delict, profileerde zich aanvankelijk als getuige. Zijn uitspraken over wat hij gezien en gedaan had, konden echter niet worden geverifieerd.

Wellicht probeerde hij de politie om de tuin te leiden en had hij zelf de trekker overgehaald, meende onderzoeksleider Petersson. Omdat Engström echter al in 2000 overleden was, kon hij niet meer aan de tand worden gevoeld. Dus werd het onderzoek beëindigd met de motivatie dat de verdachte niet meer leefde.
Die motivatie rammelt, zegt Peterssons opvolger Guné nu. Hij bekeek het dossier nog eens en vindt dat er onvoldoende bewijs is om Engström als mogelijke moordenaar aan te wijzen. Guné volgt hiermee de opvatting van een groot aantal externe experts, onder wie oud-politiemensen, juristen en journalisten.
Moord op Palme blijft cold case
De reden om het dossier opnieuw te bestuderen is een verzoek om het onderzoek te heropenen. Een getuige beweerde dat de moordenaar zijn hand op Palmes schouder legde. Als dit klopt, liet de dader mogelijk DNA achter op de jas van de premier. Daar is eerder onderzoek naar gedaan zonder dat er een bruikbaar DNA-profiel uit voortkwam. De technische mogelijkheden zijn sindsdien uitgebreid. Dus kan het niet worden uitgesloten dat nieuw DNA-onderzoek tot een andere conclusie leidt, hoewel de kans daarop erg klein is: de jas is intussen door velen aangeraakt.
Volgens Lennart Guné zijn er momenteel echter onvoldoende omstandigheden die tot een rechtszaak en een vonnis kunnen leiden. Daarom is een heropening van het moordonderzoek niet aan de orde. “Op basis van het beschikbare materiaal kan niet worden aangetoond wie de dader is en verder onderzoek zal waarschijnlijk geen doorslaggevende verandering in de bewijslast teweegbrengen”, zegt Guné.
Twee kogels als bewijs
Olof Palme werd in zijn rug geschoten na een filmbezoek, toen hij met zijn vrouw Lisbeth naar huis wandelde. Lisbeth Palme raakte licht gewond door een tweede kogel. De moordenaar, van wie vermoed wordt dat hij het paar vanaf de bioscoop volgde, maakte zich hierna snel uit de voeten.

Het enige technische bewijs waren twee kogels van het tamelijk zeldzame type Winchester Western Metal Piercing. Het onderzoek wees uit dat de dader waarschijnlijk een revolver met het kaliber 357 magnum gebruikte. Het moordwapen is nooit gevonden. Van de moordenaar is enkel bekend dat hij 180 tot 190 cm groot was, 30 tot 40 jaar oud, en een donkere jas droeg. Getuigen meenden dat hij op een wat onhandige manier liep.
Hypotheses
Lisbeth Palme, die in 2018 overleed, was de enige die zijn gezicht zag en omschreef het als hoekig met doordringende ogen. Drie jaar na de moord wees ze de bekende geweldpleger Christer Pettersson aan als de man die ze had gezien. Hij werd ook veroordeeld voor de moord, maar in hoger beroep vrijgesproken, omdat de identificatie twijfelachtig was en verder bewijs ontbrak.
Door de jaren heen werden tal van hypotheses onderzocht, zoals complottheorieën over de betrokkenheid van het toenmalige apartheidsregime in Zuid-Afrika en het geheime anticommunistische stay behind-netwerk. Ook de Koerdische separatistische beweging PKK werd van de moord verdacht. Journalisten verdachten dan weer extreemrechtse politiemensen ervan achter de moord te zitten. Profilers stelden in 1994 een daderprofiel op dat een samenzwering onwaarschijnlijk noemde en de moord vrijwel zeker als de actie van een eenzaat omschreef. Nooit kwam er duidelijkheid.

Christer Andersson
Midden jaren negentig kwam Christer Andersson in beeld, een hobbyschutter die als enige Stockholmer weigerde om zijn legale magnumrevolver te laten onderzoeken. Toen de politie bij hem aanklopte, beweerde hij dat hij het wapen illegaal had verkocht.
Hoewel Andersson geen alibi bezat, zowel aan het signalement als aan het daderprofiel voldeed én een grote hekel had aan Palme, liep ook het onderzoek naar hem vast. In 2008 beroofde hij zich van het leven. Nadien bleek dat Andersson ooit dezelfde munitie kocht als de dader had gebruikt.
Het aanwijzen van Engström als verdachte deed al in 2020 de wenkbrauwen fronsen. Veel oud-rechercheurs die zelf aan het moordonderzoek hadden gewerkt, geloofden er niet in. Ook de Zweden waren niet overtuigd, zo bleek uit een enquête. Engström bezat geen wapen noch een motief. Ook kon niet met zekerheid worden aangetoond dat hij op het moment van de schoten op de plaats delict was.
Christer Andersson staat centraal in de documentairereeks The Palme Assassination: The Lost Trail, die ik maakte met Peter Isaksson. Kijk de reeks hieronder of op YouTube.
Waardeer dit artikel
Dit verhaal heb je gratis gelezen, maar het maken ervan kost tijd en geld. Als je dit artikel interessant vindt, dan kan je dit laten blijken met een kleine donatie. Jouw bijdrage houdt onafhankelijke journalistiek in stand. Doneer via PayPal of bankkaart. Hartelijk dank!