Cold case: Wordt de messentrekker van Antwerpen na 30 jaar toch gepakt?

Ze gaat in haar wagen zitten. Het is koud. Donker. De eigen cocon voelt warm en veilig. Maar voor ze weg kan rijden, trekt een man het portier open. Ze kent hem niet. In een oogwenk verandert haar veilige cocon in een val. Koel en vastberaden zegt hij dat hij haar auto nodig heeft. Maar zij ziet alleen het mes in zijn hand. En dan steekt hij.

Een kille herfstdag in oktober 1992 eindigt in een nachtmerrie voor een jonge vrouw op Linkeroever in Antwerpen. Ze wordt niet alleen neergestoken, maar ook bruut verkracht.

Meer dan dertig jaar later vindt de politie een DNA-match tussen deze verkrachting en de moord op de Edegemse tiener Tania Van Kerkhoven in Berchem. De dader blijkt bovendien betrokken bij nog een verkrachting op Linkeroever. Mogelijk stopt het daar niet. Want deze drie feiten passen in een bredere reeks misdrijven uit 1992 en 1993 waarbij een onbekende man in Antwerpen vrouwen aanvalt met een mes. Hebben de speurders nu eindelijk een waardevol spoor?

Messentrekker

Antwerpen, begin jaren negentig. De Oost-Europese maffia nestelt zich in de onderwereld, drugs komen via de haven het land binnen en de spectaculaire groei van extreemrechts zet de stad ook politiek onder hoogspanning. Toch voelt Antwerpen niet onveilig. Behalve wanneer je een jonge vrouw bent en tussen oktober 1992 en juli 1993 naar buiten gaat.

Media en politie waarschuwen voor een man die de “messentrekker” wordt genoemd nadat maar liefst zes vrouwen op straat zijn neergestoken. Vier keer gaat het om een aanval op een vrouw die juist in haar wagen stapt. Twee keer loopt het fataal af: de moorden op Daniëlle Girardin en Tania Van Kerkhoven. Geen van deze zaken wordt opgelost. Maar er is een signalement, voor zover de slachtoffers dit nog kunnen geven. Telkens gaat het om een blanke, goed Nederlands sprekende man, slank, ongeveer 30 jaar oud en rond 180 cm lang.

Kaart: Google

Doorbraak?

Antwerpen staat voor een raadsel. Pas in de herfst van 2025 blijkt dat een van de twee moorden, op Tania Van Kerkhoven in het Berchemse Brilschanspark, via een DNA-match gekoppeld kan worden aan twee verkrachtingszaken op Linkeroever. Ook bij een van die twee zaken gebruikt de dader een mes. De kranten reppen van een doorbraak. Ietwat voorbarig wellicht, want zonder verdachte is een DNA-spoor weinig waard. Maar er komen in twee weken tijd wel 92 tips binnen.

Of de moordenaar van Tania ook verantwoordelijk is voor de andere zaken waar politie en media in de jaren negentig de messentrekker aan linken, is niet bewezen. Maar modus operandi en signalement zijn veelal gelijkluidend. Hoe groot is de kans dat in negen maanden tijd meerdere mannen in dezelfde stad en die er hetzelfde uitzien op een identieke en opvallende manier gewelddadige misdrijven plegen?

Toeval bestaat. Maar niet alles is toeval.

Vrijdag 30 oktober 1992: Vlietbos

De moord op Tania Van Kerkhoven is in juli 1993 het treurige sluitstuk van een reeks die begint in de herfst van het jaar ervoor. Een 20-jarige vrouw stapt die dag na een familiebezoek in de tram op de Jan Van Rijswijcklaan, een lange straat met veel statige herenhuizen en groen aan de zuidwestrand van de stad. De tramrit, die een half uur duurt, voert haar naar Linkeroever. Ze stapt rond 19 uur uit bij de toenmalige eindhalte op de Blancefloerlaan.

Het is al donker. Ze wandelt naar haar wagen die een eindje verderop staat. Als ze net is ingestapt en een briefje leest van een vriendin dat ze achter de ruitenwissers heeft gevonden, bonkt er iemand op het raampje van het portier. Ze ontgrendelt. Een man rukt de deur open en stapt, met een slagersmes in de hand, in de wagen. De vrouw wordt op de passagiersstoel gedwongen en de man haalt uit. Het mes raakt de vrouw in haar bil. Hij wil een lift naar “Deurne Vliegveld”, zegt hij. Maar als de man de wagen start rijdt hij niet richting Deurne, maar naar het Vlietbos, amper een kilometer van de tramhalte.

Hij sleurt de vrouw aan de haren naar een open plek en verkracht haar. Als hij klaar is, zegt hij: “Ge hebt geluk dat ik u niet vermoord.” De vrouw rent weg en weet even later de aandacht van een voorbijrijdende vrachtwagenchauffeur te trekken. Haar aanvaller ziet ze niet meer.

Open plek in het Vlietbos. Foto: Marc Pennartz

Het is een bijzonder gewelddadige verkrachting op een donkere, verlaten plek die je enkel vindt als je de omgeving kent.  De vrouw heeft goed op de kleding van de dader gelet. De man is mager en draagt een muts, een zwarte leren jas, een zwarte broek, Palladium-laarzen en een Palestijnensjaal die zijn gezicht bedekt, vertelt ze aan de politie. Volgens het slachtoffer spreekt hij heel beslist en gebiedend. In een brief aan Het Laatste Nieuws, dat in 2025 uitgebreid over de zaak bericht, merkt ze op dat haar aanvaller toch ook een zekere “verfijning” heeft.

Achteraf meent ze dat de verkrachter wellicht dezelfde man is die eerder die avond in de tram naar haar heeft zitten loeren. Ze schat hem rond de 30. Hij heeft een snorretje, donker haar met wat grijze plekjes en lichtblauwe ogen. Van die tramreiziger maakt de politie twee compositietekeningen. De eerste is van 1992, de tweede houdt rekening met het feit dat de man inmiddels ruim dertig jaar ouder is.

Donderdag 26 november 1992: Rubenslei

Het Stadspark, niet ver van het centraal station, ligt middenin de joodse wijk. Overdag is het er levendig, maar als het donker valt, wordt het dichtbegroeide park de ideale plek voor wie graag onzichtbaar blijft. De Rubenslei is een van de drie straten die het park zijn driehoekige vorm geven. Rond 19 uur op de laatste donderdag van november wandelt een 32-jarige Koreaanse vrouw naar haar wagen die ze langs de parkrand heeft geparkeerd. Ze werkt als diamantbewerkster en wil naar huis in Schaarbeek.

Ze neemt plaats achter het stuur en krijgt dan de schrik van haar leven. Wat er gebeurt begint als een kopie van het voorval op Linkeroever. Een man met een mes rukt het portier open. Hij begint op haar in te steken. Ze loopt meerdere verwondingen op, aan hals, benen en borst. Op eigen kracht sleept ze zich langs de passagierskant uit de wagen, naar een dokterspraktijk in dezelfde straat. De verwondingen zijn ernstig en de vrouw moet met spoed naar het ziekenhuis. Ze wordt voor de rest van haar leven arbeidsongeschikt verklaard.

Gaat het de dader om de tas van de vrouw? Hij heeft deze in elk geval meegenomen, maar veel interesse toont hij er niet voor. De politie vindt de tas snel terug, vlakbij de auto, in de struiken van het Stadspark. Het lijkt erop dat de man niets heeft gestolen, maar volgens het slachtoffer zou er ook amper iets van waarde in hebben gezeten.

In de dagen erna toont de politie meer dan honderd foto’s van potentiële verdachten aan de vrouw. Allemaal mannen waarvan de speurders denken dat ze een dergelijk misdrijf gepleegd zouden kunnen hebben. De vrouw meent een van die kerels, een dan 29-jarige Hobokenaar, te herkennen als de dader. Eerst lijkt hij een alibi te hebben en laten de speurders hem gaan, maar nadien rijzen er twijfels en een maand later wordt hij toch opgepakt. De zaak is rond, wat de politie betreft. Voorjaar 1993 komt de man voor de rechter. Hoewel hij alles ontkent, wordt hij tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld.

De man laat het er niet bij zitten en gaat in hoger beroep. Met succes: in juni 1994 wordt hij vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De identificatie door het slachtoffer kan het Hof van Beroep niet overtuigen, mede omdat de vrouw bij een tweede confrontatie met de man niet meer zo zeker is van haar zaak. Volgens de gerechtspsychiater is de man “gevoelig en rechtschapen” en heeft hij nooit gewelddaden gepleegd. Zijn kleding is ook anders dan die van de dader. Er zijn geen bloedsporen op gevonden.

En daar komt iets bij. Terwijl de Hobokenaar in de gevangenis zit, zijn er diverse steekpartijen geweest die sterk doen denken aan de overval bij het Stadspark. En almaar meer mensen gaan ervan uit dat het hier om dezelfde dader gaat.

Kaart: Google

Woensdag 6 januari 1993: Blancefloerlaan / Roderveldlaan

Als het juist is dat de latere moordenaar van Tania Van Kerkhoven deze dag op de Blancefloerlaan op Linkeroever een vrouw verkracht, en de DNA-match laat hierover geen twijfel, dan heeft de man op 6 januari 1993 wellicht twee keer toegeslagen.

In de late namiddag wordt een vrouw van 24 verkracht nadat ze bij de eindhalte van de tram op Linkeroever uit de tram is gestapt. Kortom, dezelfde halte die ook het eerste slachtoffer van 30 oktober gebruikt. De vrouw wil overstappen op de bus, maar omdat ze niet weet hoe laat deze gaat, besluit ze te voet verder te gaan richting Zwijndrecht. Een magere man van 25 tot 30 jaar valt de vrouw dan van achteren aan. Hij trekt een nylonkous over haar gezicht en sleurt haar de bosjes in bij het viaduct. Daar verkracht hij haar.

Net als bij het eerste slachtoffer spreekt de man gebiedend, in beschaafd Nederlands, met mogelijk een Antwerps of Waaslands accent. De vrouw zegt dat hij een muts draagt. Ze zal nooit weten wie hij is. Niet lang na de verkrachting komt de vrouw bij een auto-ongeluk om het leven.

Blancefloerlaan nabij vroegere eindhalte van de tram. Foto: Marc Pennartz

Tweede akte. Die avond stapt een 31-jarige vrouw op station Antwerpen-Berchem uit de trein. Ze is in Brussel geweest waar ze een opleiding volgt. Het loopt tegen 18:30 uur: hooguit enkele uren na de verkrachting op Linkeroever. De vrouw verlaat het station, met in de hand een doosje pralines en een stapeltje cursussen. Het lijkt een avond als alle andere. Ze wandelt over de brug over de Ring, vanwaar je de uitlopers van het Brilschanspark kan zien, en komt op de Roderveldlaan. Nabij de Posthofbrug staat haar auto. Van daar is het maar enkele minuten rijden naar haar woning in Berchem.

En opnieuw gebeurt het. Ze zit amper achter het stuur of het portier wordt opengetrokken en een man met een mes dwingt haar op de passagierszetel. Hij vraagt om een lift, haalt uit met zijn mes en raakt de vrouw in de hals. Hevig bloedend probeert ze te ontsnappen. Ze slaagt erin om langs de passagierskant uit de auto te kruipen, zet nog een paar stappen en valt neer. De man verlaat de wagen en verdwijnt.

Het slachtoffer wordt naast haar auto gevonden door een voorbijgangster. De vrouw is in levensgevaar. Ze overleeft door snel ingrijpen, maar ligt lang in het ziekenhuis en draagt ook vandaag nog de gevolgen van de aanval.

De dader wordt omschreven als rond de 30, ongeveer 180 cm lang en redelijk algemeen Nederlands sprekend. Hij is ongeschoren of heeft een beginnende baard. Tijdens de aanval heeft hij mogelijk iets over zijn hoofd getrokken, meent de vrouw zich te herinneren. Een nylonkous? Een muts?

De politie doet een oproep naar getuigen, maar concrete tips die het onderzoek verder helpen blijven uit.

Zondag 24 januari 1993: Jordaenskaai

De Jordaenskaai ligt in het hart van Antwerpen, tussen het Steenplein en het Noorderterras. Er is altijd bedrijvigheid, ook ’s avonds laat. In de buurt zijn ontelbaar veel cafés en restaurants, en de rode lichtjes van het Schipperskwartier zijn niet ver weg. In de nacht van zaterdag 23 op zondag 24 januari, kort voor 1 uur, stapt een jonge vrouw uit Avelgem na een avondje uit naar haar VW Golf. Ze heeft de wagen geparkeerd tegenover het populaire Thaise restaurant Les Larmes du Tigre.

Als ze in wil stappen verschijnt er opeens een man die haar gebiedend meedeelt dat hij haar wagen nodig heeft. Vervolgens steekt hij de vrouw met een mes in de onderarm en verdwijnt in de nacht. Voorbijgangers schieten te hulp en brengen de vrouw naar het restaurant, waar ze eerste zorg krijgt.

Hoewel het donker is en alles heel snel gaat, kan ze een redelijk gedetailleerde beschrijving geven van de dader. Hij is slank en rond 180 cm lang. Ze schat hem rond 30 jaar. Zijn haar omschrijft ze als donkerblond en golvend. De man draagt een bruin-beige trui met spikkels. Ze zegt dat hij Nederlands spreekt met Antwerpse tongval.

Opnieuw doet de politie via de krant een beroep op getuigen. De speurders leggen nu openlijk een verband met de eerdere mesaanvallen. Maar ook dit keer blijft het angstwekkend stil.

Zondag 7 februari 1993: Varenlaan

Vijf kilometer van de Jordaenskaai ligt de Varenlaan in het stadsdeel Wilrijk. Het is geen plek waar je een moord verwacht. Aan de ene kant staan herenhuizen, er tegenover liggen volkstuinen. Hoewel de drukke Boomsesteenweg en de Antwerpse Ring voor een aanhoudend gebrom op de achtergrond zorgen, lijkt het op de groene Varenlaan altijd vredig en rustig. Een minuutje stappen en je bent in de deftige villawijk Den Brandt met het gelijknamige park. 

In de vroege ochtend van 7 februari wordt hier, midden op het trottoir, de 34-jarige Daniëlle Girardin doodgestoken. Daniëlle is filosofe, woont om de hoek op de Eglantierlaan en werkt aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze heeft de zaterdagavond doorgebracht bij vrienden en is rond vier uur ’s morgens te voet vanaf de Anselmostraat richting huis vertrokken. Dat is een heel eind stappen, maar dat schrikt haar niet af. Via de Jan Van Rijswijcklaan wandelt ze richting Wilrijk. De kans is klein dat ze op die route veel mensen tegenkomt. Het is nog onwaarschijnlijker dat het een moordenaar is.

Varenlaan waar Daniëlle Girardin werd gevonden. Foto: Marc Pennartz

Maar soms gebeurt het onwaarschijnlijke. Rond half zeven in de ochtend wordt Daniëlle Girardin op de stoep ter hoogte van Varenlaan 31 gevonden. Ze ligt in een plas bloed. Alle hulp komt te laat. Ze is maar één keer gestoken, in de buik, maar het mes raakt haar wel in de hartstreek. Het tijdstip van haar overlijden wordt door de speurders op 4:50 uur geschat. Een buurtbewoner hoort rond dat uur een gil, maar reageert er niet op.

Er zijn geen getuigen, er is geen signalement. Maar de politie noemt de moord in de media in één adem met de andere steekincidenten en sluit niet uit dat steeds dezelfde dader aan het werk is. En hoewel de slachtoffers willekeurig gekozen lijken, moet elk spoor worden onderzocht. Zo probeert de politie te achterhalen of Girardin, die sterk geïnteresseerd is in Thailand, weleens het restaurant Les Larmes du Tigre aan de Jordaenskaai heeft bezocht.

Niemand begrijpt waarom ze is vermoord. Daniëlle Girardin is niet bestolen, niet verkracht, heeft zich ook niet zichtbaar verweerd. Ze staat te boek als zachtaardig en intelligent, en heeft met niemand diepgaande conflicten.

Jaren later speculeert de Antwerpse superflik Cois Kind erover dat de dood van Daniëlle Girardin te maken heeft met de moord op de jonge historicus Peter De Greef, in Etterbeek in 1980. Deze De Greef wordt ‘s nachts op straat doodgeschoten. Ook hier ontbreekt een motief en zijn er geen getuigen, en ook deze zaak wordt een cold case.

Kind stelt vast dat De Greef en Girardin in hun jeugd voor een deel dezelfde vrienden hebben. Schuilt daar misschien de oplossing? Een van die vrienden, de Antwerpse schrijver Jan Lampo, publiceert er een boek over, De Campusmoorden. Een andere vriend wordt verhoord omdat hij in 1980 vlakbij de moordplaats in Etterbeek woont en in 1993 nabij de Varenlaan. De man zou psychische problemen hebben. Maar enig bewijs voor een samenhang tussen de zaken ontbreekt.

Toeval bestaat. Maar je weet vaak niet waar het toeval stopt.

Dinsdag 2 maart 1993: Binnensingel

Angstpsychose is wellicht een groot woord, maar toch zit de schrik er dan in bij de Antwerpenaren. De politie waarschuwt in de media voor de “messentrekker” en doet nog maar eens enkele oproepen. Wie kan er meer vertellen over de aanvallen op de Roderveldlaan en de Jordaenskaai, of de moord op Daniëlle? De nood aan informatie is groot.

Bij een voorval op 2 maart 1993 wordt geen mes getrokken. Toch lijkt er een parallel met de andere zaken. Langs de Binnensingel in Berchem, niet ver van de Sint-Willibrorduskerk en op een boogscheut van het Brilschanspark, wordt om 19 uur een 17-jarig meisje van haar bromfiets getrokken door een man met een nylonkous over het hoofd. Hij heeft zich verstopt tussen twee geparkeerde vrachtwagens. Hij sleurt het meisje bij de haren de struiken in, neemt de bromfiets, maar in plaats van hem te stelen, gooit hij de brommer even verderop in de bosjes.

Het meisje is in shock en moet naar het ziekenhuis. Ze loopt een scheur op in haar oor en een hersenschudding.

Kaart: Google

Zaterdag 17 juli 1993: Brilschanspark

De Gazet van Antwerpen meldt op 6 april dat de politie een link legt tussen de messentrekker en twee verkrachtingen op Linkeroever. De dader wordt in het artikeltje als 190 cm lang omschreven en niet 180 zoals in eerdere en latere berichtgeving. Ook zijn haar wijkt in dit bericht af. Hij zou niet donkerharig, maar blond zijn. En ergens heeft de redactie vernomen dat de man jeans of legerkledij draagt, wellicht een verwijzing naar de Palladium-laarzen en de Palestijnensjaal van de eerste verkrachting.

In de maanden die volgen lijkt de rust terug te keren. De messentrekker maakt geen headlines meer. Tot die dramatische zaterdagochtend in juli 1993.

Tania Van Kerkhoven. Foto: federale politie

Een man die in het Berchemse Brilschanspark ’s morgens vroeg zijn hond uitlaat ontdekt tussen het groen het lichaam van de 17-jarige Tania Van Kerkhoven. Ze is met zeven messteken, waarvan drie in de hartstreek, om het leven gebracht. Op een veldje even verderop ligt haar bebloede sjaal, en van daar is er een sleepspoor. Ze is niet beroofd, evenmin verkracht.

Het Brilschanspark is vrij klein, met een V-vormige waterpartij in het midden. De Sint-Willibrorduskerk en de Binnensingel liggen haast letterlijk om de hoek, en aan de oostkant ben je in een paar minuten stappen op de Roderveldlaan. De ingang van het park langs de Grotesteenweg valt niet op en door de dichte begroeiing is het er ’s nachts aardedonker.

Hoewel we sinds 2025 weten dat haar moordenaar eerder twee vrouwen op Linkeroever verkracht, lijkt er bij de moord op Tania geen sprake van een seksueel motief. Tenzij ze zich verzet heeft en gedood is als ze op de vlucht slaat.

De avond ervoor is ze naar een fuif in jeugdhuis De Wommel in Wommelgem geweest. Rond een uur ’s nachts vertrekt ze er met de brommer, haar vriendje achterop. Ze levert hem af bij zijn grootmoeder in Deurne, maakt dan rechtsomkeert en zet koers richting haar woonplaats Edegem. Ze moet vroeg op, want ze vertrekt de volgende ochtend voor vakantie naar Spanje. Maar ze komt nooit in Edegem aan. In plaats daarvan wordt haar lichaam gevonden in een park dat totaal niet op haar route ligt, en dat ze volgens haar vrienden niet of nauwelijks kent.

De dag na de moord vindt de politie haar brommer op de Van Strijdoncklaan in Deurne, vijf kilometer verderop. Die weg ligt wel op de route van Deurne naar Edegem. De brommer zit op het stuurslot en het sleuteltje daarvan heeft Tania meegenomen naar het Brilschanspark, maar het kettingslot heeft ze niet gebruikt. Dat is tegen haar gewoonten, zeggen haar vrienden.

De speurders starten een buurtonderzoek. Tussen half drie en drie uur in de nacht van de moord heeft iemand in Deurne een vrouwenstem horen roepen. Tania? Ook in Berchem vindt de politie een getuige die, wandelend op de voetgangersbrug over de Antwerpse Ring, een ijzingwekkende gil heeft horen opstijgen uit het Brilschanspark. Dat wordt ergens tussen drie en half vier gesitueerd.

Een man die eerder voor zedenfeiten is veroordeeld, wordt aangehouden, maar al vlug vrijgelaten. De politie gaat ervan uit dat Tania eerst pech krijgt met haar brommer, en vervolgens door iemand is meegenomen naar het Brilschanspark.

Opvallend: de speurders houden het voor mogelijk dat er een tweede persoon bij de moord is betrokken. Dat zou het makkelijker maken om het meisje te ontvoeren. Maar er is meer. “Het DNA-onderzoek heeft zeer sterke aanwijzingen opgeleverd dat er meerdere personen bij de feiten betrokken zijn of mogelijk aanwezig waren”, klinkt het uit de mond van de politie in 2012.

Brilschanspark waar Tania Van Kerkhoven werd gevonden, zoals het er vroeger uitzag. Foto: Marc Pennartz

Zowel lokale als landelijke media besteden diverse keren aandacht aan de zaak. Het onderzoek loopt uiteindelijk vast. De ouders van Tania krijgen geen antwoord op de vraag wie hun enige dochter heeft gedood.  

Zondag 10 januari 1999: Kruishofstraat

En dan blijft het stil. Na de moord in het Brilschanspark wordt van de messentrekker niets meer vernomen. Maar bijna zes jaar later is er een merkwaardig incident dat al deze mysterieuze cold cases terug in herinnering brengt. De locatie: enkele tientallen meters van de plek waar in februari 1993 Daniëlle Girardin is vermoord.

Ergens tussen 22:30 en 22:45 uur laat een 25-jarige vrouw haar hondje uit op de Kruishofstraat. Opeens staat ze oog in oog met een magere man. Hij is groot en bleek, en heeft een mes in de hand.

Zonder aanleiding zwaait hij met het mes in haar richting, schijnbaar mikkend op haar keel. Ze verliest haar evenwicht, waarbij het wapen langs haar gezicht kerft, en valt op de grond. De man steekt dan in haar buik, door haar jas, twee truien en een T-shirt heen, en probeert het mes ook in haar gezicht te planten. Ze weert af, waarbij ze een hand verwondt, en roept om hulp. De dader geeft op en wandelt zonder enige haast weg. Tijdens de hele aanval heeft hij niets gezegd en lijkt hij merkwaardig kalm en vastberaden.

De vrouw heeft al bij al geluk, want de buikverwonding is dankzij haar dikke kleren niet diep. Maar de psychische gevolgen van een dergelijke aanval zijn onmeetbaar.

Kaart: Google

Dezelfde dader?

“De man is zeer gewelddadig en heeft een mes bij dat hij meteen gebruikt. Hij trekt aan het haar en is zeer dwingend in zijn handelingen”, lezen we in het opsporingsbericht dat de federale politie in oktober 2025 publiceert.

Sindsdien weten we dat drie zaken onmiskenbaar via DNA met elkaar verbonden zijn. En precies die drie vertonen veel gelijkenissen met de andere feiten in dit overzicht. De vraag dringt zich op: heeft deze man niet alleen de moord op Tania en de verkrachtingen op Linkeroever op zijn kerfstok, maar ook de andere (of toch de meeste) misdrijven?

Wat onmiddellijk opvalt: zowel op Linkeroever als op de Rubenslei, de Roderveldlaan en de Jordaenskaai wordt het slachtoffer aangevallen op het moment dat ze in haar auto wil stappen. In drie van die vier zaken beweert de man een lift nodig te hebben. Dat op zich is al ongewoon. Hij is telkens gewapend, een duidelijk teken dat hij voorbereid op pad gaat, en begint vrijwel meteen te steken.

Enkele artikelen uit de Gazet van Antwerpen uit die tijd.

Een grondige duik in de krantenarchieven levert geen andere Antwerpse zaken in de jaren negentig op die precies op deze manier verlopen. Steekpartijen zijn er genoeg, dat wel, maar die hebben meestal een helder motief: een beroving, een ruzie, alcohol of drugs. En heel vaak is er een relatie tussen dader en slachtoffer.

Ook de aanval op de jonge bromfietster op de Binnensingel doet vermoeden dat dezelfde man hier aan het werk is, al is er in dat geval geen mes gezien. Maar de nylonkous, zijn brutale manier van benaderen en de locatie, niet ver van het station van Berchem en het Brilschanspark, roepen vragen op. Bovendien verplaatst ook Tania Van Kerkhoven zich een paar maanden later met een brommer. Is de dader op de drukke Binnensingel gestoord en heeft hij zijn plan niet kunnen afmaken?

Of de moord op Daniëlle Girardin in dit rijtje thuishoort, is evenmin zeker, maar de politie heeft die mogelijkheid nooit uitgesloten. Net als bij Tania blijft haar dood een mysterie.

Kalm en levensgevaarlijk

Steeds opnieuw duikt dezelfde beschrijving op: een vrij grote, slanke man van rond de dertig, met donker haar, die goed Nederlands spreekt. Hij camoufleert zich met een muts, sjaal of nylonkous. Hij gebruikt extreem geweld, maar blijft tegelijkertijd opmerkelijk kalm.

De man slaat steeds in het donker toe: in de late namiddag of ’s avonds (meerdere keren rond 19 uur) of ’s nachts in het weekend. Werkt hij overdag? Als ’s avonds niemand hem mist, woont hij dan alleen?

We weten dat hij kan autorijden, maar meestal heeft hij zelf geen voertuig wanneer hij toeslaat. Dat roept een vraag op: hoe heeft hij Tania Van Kerkhoven naar het Brilschanspark gekregen? Beschikt hij in juli 1993 wél over een auto? En klopt het dat hij die nacht hulp heeft van een tweede persoon? Heeft niet de moordenaar, maar die handlanger een auto?

Gedreven door rauw geweld

De man doet in drie gevallen alsof hij de auto van het slachtoffer wil, maar gedraagt zich niet als een typische carjacker: hij vraagt geen sleutels, eist de wagen niet op en vertrekt er uiteindelijk nooit mee, ook al krijgt hij daar wél de kans toe. Zijn zogezegde “dringende lift” blijkt allesbehalve dringend. Ook de bromfiets op de Binnensingel wordt achteloos achtergelaten, net als de tas van het slachtoffer bij het Stadspark. Diefstal kan haast niet zijn doel zijn.

Man in de tram: compositietekening 1992. Beeld: politie

Wat hem drijft, lijkt rauw geweld te zijn, waarbij hij zich richt op jonge vrouwen. Een seriemoordenaar? Bij Tania Van Kerkhoven, die zeven keer wordt gestoken, lijkt doden de bedoeling te zijn geweest. Maar in sommige andere gevallen beperkt hij zich tot één messteek, wat niet overeenkomt met iemand die de intentie heeft om te doden. Ook Daniëlle Girardin had mogelijk overleefd als het mes een centimeter lager in haar lichaam was gedrongen.

Met twee verkrachtingen op zijn naam kan hij alvast bijna een serieverkrachter genoemd worden. Zulke daders stoppen zelden spontaan. Dat maakt het des te vreemder dat het na juli 1993 stil wordt rond de messentrekker. Zit hij in de gevangenis? Is hij verhuisd? Heeft hij een relatie die hem in toom houdt?

Een man die Antwerpen kent

Eén ding staat vast: deze man kent Antwerpen door en door. Hij voelt zich op zijn gemak op Linkeroever én in Berchem. De locaties van de verkrachtingen op Linkeroever zijn weinig voor de hand liggend: het Vlietbos ligt buiten de stad en is, net als het Brilschanspark, voor veel Antwerpenaren onbekend terrein. Hij slaat alleen toe in groenzones of in straten met maar aan één kant bebouwing.

Een detail dat niets moet betekenen, maar toch de aandacht trekt: aan de Roderveldlaan, Varenlaan en Van Strijdoncklaan (waar Tania Van Kerkhoven vermoedelijk haar dader ontmoet) liggen volkstuinen naast de plaats delict. Dat geldt ook voor de vindplaats van Tania in het Brilschanspark.

Als de verkrachter zijn eerste slachtoffer gedurende de hele tramrit van de Jan Van Rijswijcklaan naar Linkeroever heeft gevolgd, zou hij ook vertrouwd kunnen zijn met de buurt waar Daniëlle Girardin wordt vermoord. De Varenlaan ligt quasi om de hoek van de Jan Van Rijswijcklaan. En wat doet iemand midden in de nacht op de Varenlaan als hij er niet woont?

Opmerkelijke verdachten

De aanvallen van de messentrekker doen zich voor in andere tijden. Mobiele telefoons waarmee je verdachten kan traceren of filmen, zijn er niet in de vroege jaren negentig. Bewakingscamera’s bestaan wel, maar veel minder dan vandaag. En DNA-onderzoek is nog geen vanzelfsprekendheid. Het is al goed nieuws dat tenminste in sommige van deze steekincidenten DNA-sporen zijn gevonden.

De politie is in die tijd vooral aangewezen op ouderwets speurwerk en getuigenverhoor. En natuurlijk wordt er gekeken naar seriemoordenaars en serieverkrachters die voor andere feiten worden veroordeeld, zoals Ronald Janssen, Marc Dutroux en Michel Fourniret.

Man in de tram, 30 jaar ouder. Beeld: politie

Kurt Wertelaers is bezieler van Bureau Van Meerbeeck, een stichting die in opdracht van nabestaanden cold cases onderzoekt. In zijn boek Spoorloos citeert hij een bron die zegt dat de Antwerpse seriedoder Stephaan Du Lion in het Brilschanspark heeft zitten vissen en er eens een meisje aanrandt. Du Lion is in dezelfde periode actief als de messentrekker. Maar de politie kan het DNA van Du Lion niet aan deze feiten linken.

In 2002 komt Danny Meersman op de radar voor de moord op Daniëlle Girardin. De dan 31-jarige rioolwerker is opgepakt voor de moord op Ellen Van de Wal, een 19-jarig meisje uit Wilrijk. “Ellen leek heel veel op mij”, beweert zijn ex in het tv-programma True Crime Belgium. Met deze vrouw heeft de explosieve Meersman een relatie tussen 1993 en 1998, de periode waarin de messentrekker niet actief is. Meersman woont om de hoek van de Kruishofstraat. Hij pleegt in 2005 zelfmoord in zijn cel.

Uiteindelijk blijven al deze onderzoeken vruchteloos. De messentrekker-feiten worden cold cases: zaken die vooral heel koud aanvoelen voor slachtoffers en nabestaanden.

Alle hoop op DNA-onderzoek

Gaat DNA nu de oplossing brengen?

Van de compositietekening van de man in de tram weten we niet of deze de dader afbeeldt. De inspanning waarmee de politie de foto onder de aandacht brengt, doet wel vermoeden dat de speurders hiervan overtuigd zijn. Ze hebben zelfs een versie laten maken waarop de man er dertig jaar ouder uitziet. Een tamelijk hachelijke onderneming, want je weet niet of de man niet al jaren zonder snor door het leven gaat, veel dikker is dan vroeger, nu een bril draagt of intussen kaal is.

Is het misschien tijd voor verwantschapsonderzoek? Dan heb je niet meteen een perfecte match nodig, maar kan je door in een brede poel naar DNA-overeenkomsten te vissen via bloedverwanten toch bij de dader uitkomen.

En dan nog dit…

Enkele maanden voordat de reeks van de messentrekker start, is er nog een onopgeloste moord in Antwerpen. Op 4 juni 1992 drijft in het riviertje Het Schijn, bijna letterlijk in de schaduw van het Sportpaleis in Deurne, het lichaam van een vrouw. Ook zij is neergestoken. Niemand weet wie ze is. Haar kleren en een opvallende tatoeage van een roos op haar arm vormen het enige houvast.

Zowel de vrouw als de moord lijken totaal vergeten totdat de cold case in 2020 wordt opgepikt door Bureau Van Meerbeeck. Maar het is een campagne van Interpol die in 2023 naar de identificatie leidt. Familieleden in Engeland herkennen haar als Rita Roberts, een 31-jarige Britse die enkele maanden voor haar dood van Cardiff naar Antwerpen verhuist. De politie kan eindelijk gerichter onderzoek doen. Maar wat haar is overkomen en welke messentrekker zij tegen het lijf loopt, blijft tot vandaag een raadsel.

In die tijd liggen er vlakbij de vindplaats volkstuinen. Inderdaad, toeval bestaat.


Waardeer dit artikel

Dit verhaal heb je gratis gelezen, maar het maken ervan kost tijd en geld. Als je dit artikel interessant vindt, dan kan je dit laten blijken met een kleine donatie. Jouw bijdrage houdt onafhankelijke journalistiek in stand. Doneer via PayPal of bankkaart. Hartelijk dank!

Scroll naar boven