Press "Enter" to skip to content

De Bende van Nijvel (alweer) ontmaskerd?

Recensie De bendes achter de Bende – Jean-Pierre Adam (verschenen bij Ertsberg)

Het staat er echt. Omdat de rijkswachter die een opsporingsbericht over de gewelddadige overval op wapenhandel Dekaise moest beoordelen een zware alcoholicus was die meer tijd in de kantine doorbracht dan op zijn kantoor, en het pv wellicht behandelde na een uitgebreid bezoek aan de kantine, was het als onbelangrijk geklasseerd. Was dit niet gebeurd, waren mogelijk 27 van de 28 slachtoffers van de Bende van Nijvel nu nog in leven.

Wie 36 jaar na de laatste bloedige Bende-overval in Aalst dacht het hele blunderboek wel te kennen, mag De bendes achter de Bende niet laten liggen. De lezer krijgt in deze nieuwe uitgave tegelijk een mogelijke verklaring voor de Bende van Nijvel geserveerd die sterk afwijkt van alle waanzinnige complottheorieën die de meeste andere Bende-boeken door de jaren heen presenteerden.

Dutroux leidt naar de Bende

De auteur is Jean-Pierre Adam, een nu gepensioneerde rijkswachter die in 1996 werkt aan het onderzoek naar Marc Dutroux. Hij doet in die tijd speurwerk naar de moord op Michel Piro, een louche restauranteigenaar uit Charleroi. Die had onthullingen beloofd over de beruchte kindermoordenaar, maar liep tegen een kogel aan voor hij zijn mond kon opendoen.

De man is gedood door twee huurmoordenaars uit Noord-Frankrijk, zo gaat al snel de ronde. Adam gaat eens kijken in hun woonplaats, Charleville-Mézières. Hij hoort dat een van de twee vermeende killers, Thierry Sliman, lange tijd misdaden pleegde met een broer die Xavier heet. In het dossier van die Xavier zit een stokoud opsporingsbericht dat hem linkt aan de overval op de Waverse wapenhandel Dekaise in 1982, het eerste feit van de Bende van Nijvel waarbij een dode viel. De man blijkt sprekend te lijken op de robotfoto van een van de daders.

Een proces-verbaal verdwijnt

Adam valt van zijn stoel. Hier heeft hij nog nooit van gehoord. Hij wil hier meer van weten. Wat blijkt? Amper een week na de hold-up kreeg de rijkswacht in Hastière, pal aan de Franse grens, een tip dat ene Xavier Sliman een van de daders was. Rijkswachters van het kleine dorp organiseerden daarop een fotoconfrontatie met Dekaise en de twee klanten die tijdens de overval in de zaak waren: alle drie kozen ze Xavier Sliman uit een rij van vijftien gezichten die leken op de robotfoto. Er volgde een verhoor. Xavier Sliman beweerde dat hij op het moment van de overval bij zijn ouders aan tafel zat, een alibi dat niet geverifieerd werd.

Op 22 november 1982, bijna twee maanden na de overval, stelde de rijkswacht van Hastière een verslag van het onderzoekje op. Dat kwam echter, voor zover bekend, nooit terecht bij de bevoegde onderzoeksrechter. Een kopie werd, zoals hierboven beschreven, door een alcoholische rijkswachter van het stempel vu et non codé voorzien, wat betekende dat het origineel werd vernietigd en een afschrift als microfiche in archieven verdween die normaal niemand in keek. Totdat Adam het daar achttien jaar later vindt.

Adam besluit dan meer informatie in te winnen. Hij ziet algauw dat de gebroeders Sliman geen lieverdjes zijn. Vanaf de jaren zeventig plegen ze gewapende overvallen, slaan ze al eens iemand in elkaar en lopen ze de bajes in en uit. Vooral de jongere Thierry heeft een kwalijke reputatie. Levensgevaarlijk, zo wordt verteld, verslaafd aan coke en poker, en een huurmoordenaar die voor bijna niks in actie zou schieten. In de jaren tachtig vormen ze een bende met een stuk of drie kompanen. Een ervan heet Edmond Masson en is een bodybuilder met een indrukwekkende gestalte.

Franse gangsters die België goed kennen

Xavier Sliman, begin jaren tachtig.

Het gezelschap woont niet alleen dicht bij de Belgische grens, er is ook meer dan één link met België. Xavier Sliman is een wapenfreak die graag oude legerspullen koopt in Brussel en blijkt wapenhandelaar Dekaise op beurzen te hebben gezien. Thierry Sliman werkt in de jaren tachtig als barman in Namen, Henegouwen en Vlaanderen. Ook Masson heeft Brusselse connecties. Adam constateert dat Thierry Sliman tussen eind 1983 en midden 1985 in de gevangenis zit, precies de periode dat de Bende van Nijvel niet actief is. En twee maanden na het laatste Bende-feit in Aalst draait hij opnieuw de bak in. Is de Bende daarom gestopt?

Adam noteert dat twee Bende-slachtoffers, die niet lukraak leken uitgekozen, allebei het pokerwereldje frequenteerden. Hij vermeldt dat getuigen van de Bende-overvallen meer dan eens een Franse of Arabische tongval hoorden bij de daders (de Slimans groeiden op in Marokko), en merkt op dat het aantal kilometers dat de Bende-wagens volgens de kilometerteller reden bijna precies overeenkomt met de afstand tussen Charleville-Mézières en de Belgische doelwitten.

Adam stuurt zijn bevindingen door naar de Bende-speurders in Charleroi, de laatste keer in 2003, maar hoort nooit iets van ze. Gefrustreerd stapt hij in 2017 naar de pers. Adams verhaal wordt opgepikt door de Waalse televisie. Die vindt een kassierster van een Delhaize die ruim drie decennia na de Bende-feiten in Thierry Sliman een van de overvallers herkent. De vroegere chef van de Bende-speurders, Lionel Ruth, zegt op tv de verslagen van Adam niet te kennen. Vreemd: kopieën ervan staan in Adams boek.

Adam vertrekt vanuit de feiten

De bendes achter de Bende is het werk van een politieman, geen journalist, en leest als een proces-verbaal. Verwacht dus geen spannend leesvoer van een geslepen pen. Toch had ik het in één middag uit. Adam doet namelijk wat het journalistenkorps meestal verzuimt bij de Bende van Nijvel: het speurwerk laten vertrekken vanuit de plek van de misdaad, en louter redeneren vanuit wat de sporen vertellen.

Bijna alle andere Bende-boeken beginnen vanuit hypotheses, en gaan over hét grote complot: de Bende van Nijvel is in die visie een (meestal politiek geïnspireerde) organisatie die het land wilde destabiliseren. Wat volgt zijn dan honderden pagina’s tjokvol geruchten en verdachtmakingen, maar bitter weinig controleerbare of onverdachte bronnen, en het resultaat lijkt soms meer op een roddelkrant dan op onderzoeksjournalistiek. Het is zelden duidelijk wat feit is, wat fictie, en wat persoonlijke interpretatie van de schrijver.

Adams boek is anders. Het is onderbouwd met pv’s die hij gewoon afdrukt. De auteur noemt namen, data, locaties. Het sterkste punt is wellicht: er is geen enkel feit dat Adams hypothese nadrukkelijk tegenspreekt. Adam geeft misschien niet dé oplossing, maar dit onder de tafel vegen is te gemakkelijk. Wie de Bende-misdaden hier op een rijtje ziet, vindt heel wat aanwijzingen in de richting van de bende-Sliman. Er is oog voor detail. Adam vindt een garage waarin VW Golfs werden geprepareerd en kan zelfs de mysterieuze Mercedes plaatsen die in 1985 in Aalst werd gezien.

Extreem banditisme

Thierry Sliman, rond 2000.

Wat was dan het motief van de Slimans, als zij het waren? De aanhangers van de “strategie van de spanning” gaan het niet graag horen: dit waren pure criminelen, gewelddadige gok- en drugsverslaafden die voortdurend geld nodig hadden, en niet over de intelligentie en het geduld beschikten om á la Patrick Haemers een geldtransport te overvallen. Niet dat de Bende-raids niks opleverden – dat is een mythe. In totaal ging het toch om bijna 200.000 euro. Een fors bedrag, waarmee je toen veel meer deed dan vandaag, en zelfs nu is het niet niks.

Adam is niet de eerste die in de Bende extreem banditisme ziet. Alle profilers die de feiten tot dusver analyseerden kwamen tot die conclusie, ook al werden ze daarvoor publiekelijk uitgelachen. Profiling is geen exacte wetenschap, maar profilers zijn geen dommeriken. Het is een methode die gebaseerd is op een schat aan data en ervaring, en profilers hebben toegang tot onderzoeksmateriaal dat voor anderen verborgen blijft.

Wat nu?

Gaat de politie iets doen nu dit spoor op straat ligt? Het kan nog, denkt Adam. Er zijn vingerafdrukken van de Slimans, en ook de Bende liet wat afdrukken na. Helaas leven beide broers niet meer en zijn bodybuilder Masson en een vierde ex-bendelid spoorloos verdwenen. Van een vijfde is de verblijfplaats wel bekend.

Er is natuurlijk wil voor nodig. Justitiediensten in België laten zich niet graag de weg wijzen door buitenstaanders. Kwestie van beroepseer, en dat soort kinderlijke onzin. De huidige onderzoeksrechter zoekt bij wijze van bezigheidstherapie al jaren enkel in extreemrechtse kringen, graaft eens een lijk op van een fascistische postbode en doet huiszoekingen bij mensen die al ettelijke keren zijn doorgelicht, schijnbaar in de verwachting dat er na 36 jaar plots wel een cheque van de Delhaize in Aalst onder de matras ligt. Ondertussen tikt de klok: in 2025 verjaart het dossier.

Het genie dat destijds liever in de kantine zat dan op kantoor, is later in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen, lezen we. Aan hem zal het dit keer niet liggen.

Deel dit artikel