De slachtoffers van de Bende van Nijvel worden nog maar eens op de proef gesteld. Ook twee maanden na het opgraven van de Franse gangster Xavier Sliman en zijn ouders, heeft het Belgische parket de hierbij genomen DNA-stalen nog niet geanalyseerd.
Bronnen zeggen nu dat het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) waarschijnlijk maandag 27 juli hiermee begint, exact twee maanden na de opgraving. Dan zal het nog een maand duren voor we weten of er een link is tussen de gangsterbroers Xavier en Thierry Sliman en de Bende van Nijvel. Tenzij het DNA-onderzoek opnieuw de ijskast in gaat: iets wat langzamerhand niet meer kan worden uitgesloten.

Vertraging na vertraging
Justitie heeft geen haast met deze mogelijk beslissende stap in het ruim veertig jaar oude Bende-dossier. Bij de opgravingen in de Noord-Franse stad Charleville-Mézières op 27 mei waren geen vertegenwoordigers van het Belgische parket aanwezig. Het genetisch materiaal van de familie Sliman belandde hierdoor pas op 18 juni bij het NICC, gebracht door Franse collega’s uit Reims.
Onderzoeksrechter Martine Michel gaf toen aan dat er drie weken nodig was om een genetisch profiel vast te stellen en dan twee dagen om dit te vergelijken met de DNA-profielen in het Bende-dossier. De verwachting was dat het resultaat er op zijn vroegst 15 juli en uiterlijk 27 juli zou zijn. Dat is niet waargemaakt. Het lijkt er sterk op dat er tot vandaag helemaal niets is gebeurd.
DNA op sigarettenpeuken
Toch is dit geen alledaags dossier. De Bende van Nijvel vermoordde tussen 1982 en 1985 in totaal 28 mensen en maakte vele zwaargewonden. De meeste slachtoffers vielen bij hold-ups op supermarkten, vooral in de streek ten zuiden van Brussel, maar de bende pleegde ook overvallen op kleinere winkels, inbraken en carjackings. De misdaden zorgden voor een angstpsychose in België.
De politie gaat ervan uit dat een van de daders een DNA-spoor achterliet op sigarettenpeuken in de auto van taxichauffeur Constantin Angelou. Dit DNA-materiaal staat nu centraal. Angelou werd in januari 1983 gevonden in de kofferbak van zijn Mercedes in het centrum van de Henegouwse stad Mons.
Franse daders?
Nooit werd iemand voor de feiten veroordeeld. In 2024 gaf justitie het op. Het dossier werd gesloten. Totdat advocaat Patrick Ramaël, die een aantal slachtoffers vertegenwoordigt, na veel juridische touwtrekkerij gedaan kreeg dat het spoor naar de Franse broers Sliman moest worden onderzocht. Dat was opgespit door de intussen gepensioneerde speurder Jean-Pierre Adam. Hij ontdekte bij toeval dat een Fransman, Xavier Sliman, al in 1982 door een tipgever als lid van de Bende van Nijvel was aangewezen.
Met zijn broer Thierry, die als zeer gewelddadig werd omschreven, had deze Xavier in de jaren zeventig diverse overvallen gepleegd in Noord-Frankrijk. Hadden ze wellicht hun werkterrein verlegd tot vlak over de grens? De Slimans pasten in elk geval in het profiel van de bende, meende Adam. De broers zijn intussen dood. Thierry is gecremeerd, maar met de stalen van de ouders kan een inschatting worden gemaakt van zijn DNA-profiel.
Wil het parket wel een oplossing?
De vele vertragingen in de DNA-analyse passen in het intussen hardnekkig geworden beeld van een openbaar ministerie dat niet geïnteresseerd is in een oplossing. Hoewel het parket al sinds 2000 op de hoogte is van Adams speurwerk naar de Slimans, heeft het verder onderzoek in die richting voortdurend tegengehouden.
Adam opperde al dat justitie enorm gezichtsverlies zou lijden, mocht blijken dat de Slimans bij de bende zaten. Het zou betekenen dat het parket 27 van de 28 moorden van de Bende van Nijvel had kunnen voorkomen, wanneer het de eerste tip over Xavier Sliman in 1982 ernstig had genomen. Advocaat Ramaël zei eerder dat justitie geen respect toont voor de slachtoffers door de herhaalde weigering om het spoor-Sliman uit te diepen.