Veertig jaar politieonderzoek en geen resultaat. Een ontzagwekkende stapel complottheorieën. Speurders die falen en manipuleren en daarna zelf verdacht worden. Politici die zich ongeoorloofd met het onderzoek bemoeien. Een dossier met meer dan een miljoen pagina’s. Een opgeheven verjaring en een rechercheteam dat uiteindelijk de moed opgaf.
U hebt ze vast herkend: we hebben het weer over de Bende van Nijvel. Maar óók over de moord op de Zweedse premier Olof Palme. Palme werd op 28 februari 1986 doodgeschoten op een straathoek in Stockholm. Palme, geliefd én gehaat, was op weg naar huis na een avondje cinema en had eerder die dag zijn lijfwachten vrijaf gegeven. De dader is nooit gevat. Zweden bleef achter met een knoert van een trauma.
De Bende en de premier: ze hebben elkaar nooit gekend, maar toch veel met elkaar gemeen. Het verhaal dat we van de Bende kennen lijkt een doorslag van het verhaal dat de Zweden over Palme lezen.
Professionals of amateurs?

Sinds het midden van de jaren tachtig koop ik trouw elk boek dat de bloederige activiteiten van de doldrieste moordenaars van Waals-Brabant probeert te verklaren. Knipsels over hetzelfde onderwerp belanden zorgvuldig in een verhuisdoos. De boeken over de Bende gaan bijna altijd over koppelingen die er zouden zijn met het extreemrechtse milieu, waarbij ook politiemensen vuile handen hebben. Ik weet wat over de Bende en ik heb met mensen gesproken die er ook wat van weten, maar de meeste kennis is via de media tot me gekomen.
Bij de moord op Palme ligt dat anders. Daarover heb ik naast boeken en artikelen ook heel wat stukken uit het gerechtelijk dossier gelezen. Belangrijke stukken, keurig gedateerd en voorzien van de naam van de opsteller. Daardoor weet ik dat de verklaringen van ooggetuigen, opgetekend direct na de schoten, een ander beeld geven dan de literatuur ons voorschotelt.
De meeste boeken over de moord op Palme gaan over een moordenaar die koelbloedig wachtte op zijn slachtoffer en de daad mirakuleus goed had voorbereid. En die kerel kon dan niet anders dan tot een groep samenzweerders behoren onder wie, volgens de populairste versie, extreemrechtse politieagenten en militairen. Al of niet met Gladio-connectie. Lieden die er baat bij hadden dat de politie een knoeiboel zou maken van het onderzoek.
Ja, het klinkt vertrouwd. Maar sinds ik de getuigenverklaringen heb gelezen en me een beeld heb kunnen vormen van wat mensen werkelijk zeggen te hebben waargenomen, zie ik veeleer een gevaarlijke eenzaat als dader van de moord op Palme. Een man die nogal amateuristisch optrad in plaats van een beul met een zorgvuldig geplande executie. Een bozerik die zijn woede wilde koelen, het object van zijn haat toevallig tegenkwam, een revolver haalde en de haan spande.
Te simpel? De simpelste verklaring in moordzaken is vaak de juiste. En er zit iemand in het dossier die perfect in dit plaatje past. Een man die het juiste wapen had, de mogelijkheid en een motief. Hij is intussen dood, maar er zijn rechercheurs die tot vandaag geloven in zijn schuld. Alleen de Zweedse media willen er niet aan.
De grote complotten
Samenzweringen liggen goed in de markt, zeker als het om lastig te doorgronden fenomenen gaat. Het menselijk verstand kan geweld moeilijk accepteren. Geweld moet, om het Bendecliché te gebruiken, “in verhouding staan tot de buit”. Welbeschouwd een dwaas argument, omdat het suggereert dat gewelddadige criminelen altijd redelijk en gewetensvol optreden. Wie ratio verwacht van een moordenaar, kan niet vatten dat onschuldige Delhaize-klanten worden afgeslacht, of dat een internationaal voorvechter van ontwapening in Stockholm de kogel krijgt. Dan moet er “meer” zijn.
Het complotdenken wordt in de hand gewerkt als resultaten uitblijven. Als de politie iets niet vindt, dan is dat niet omdat er niets is, maar omdat ze het niet willen vinden, is de argumentatie. Het gelijk kan verder worden bewezen door getuigenissen scherp te selecteren: het bekende fenomeen dat cherrypicking heet. En als een verhaal past binnen de complottheorie, moet er vooral niet te kritisch naar de bron gekeken worden.
Wie in de zaak-Palme de getuigenverklaringen zonder enige vorm van cherrypicking naast de theorie legt, ziet dat de auteurs van Palme-boeken bijzonder vaak uit de bocht vliegen. Het zou best kunnen dat de geschiedschrijvers van de Bende van Nijvel het stuur evenmin rechthouden.
Rode vlaggen
Aan rode vlaggen is geen gebrek. De berichtgeving in zowel Zweden als België barst van de criminelen en extreemrechtse fanatici die, meestal jaren na de feiten, kameraden aan de galg praten. Talrijk zijn ook de figuren die komen met observaties die ze op de dag van de misdaad zouden hebben gedaan, maar een decennium of twee, drie verborgen hielden.
Vertrouw niet op zulke verhalen, is het devies van psycholoog Elizabeth Loftus. Het geheugen, ook dat van u, is een hardnekkige oplichter. Loftus deed baanbrekend werk in het onderzoek naar de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen. Ze kon overtuigend aantonen dat fantasie de herinneringen oppoetst zodat ze eruitzien zoals we dat graag hebben. Wat los van elkaar staat wordt gelinkt, en wat we in de krant lazen of van anderen horen, wordt mooi in de eigen “ervaring” ingepast.
Dat proces begint direct na het misdrijf. Een maand later is de herinnering van ooggetuigen op wezenlijke punten al veranderd. Het vervelende is: de getuige heeft dat zelf niet in de gaten, want het vervormen van het geheugen gebeurt onbewust.
Walkietalkies en Gladio
Zo is de literatuur over onopgeloste moordzaken als Palme en de Bende ontstaan. En zo worden gewelddaden die het werk van roekeloze bandieten kunnen zijn, vanzelf verheven tot activiteiten van samenzweerders en duistere machten.
Als iemand twee maanden na de feiten leest dat er een vent met een walkietalkie op de avond van de moord op Palme in Stockholm rondliep, dan wordt een in zichzelf mompelende zonderling die we in de winter van 1986 door de Zweedse hoofdstad zagen lopen, opeens een man met een walkietalkie die op 28 februari 1986 handlanger was van de moordenaar van Palme. Als iemand vijf jaar na de Benderaids leest over Gladio, wordt de herinnering aan de kroegpraat van een wapenmaniak plots een bewijs voor betrokkenheid van een geheim anticommunistisch netwerk bij de Bende van Nijvel. De reus van de Bende kan er opeens als Patrick Haemers uitzien en de moordenaar van Olof Palme gaat een dikke winterjas dragen.
Terug naar de basis
We vertrouwen op de journalisten die ons het nieuws voorschotelen. Natuurlijk zijn er die uitermate zorgvuldig werken, maar journalisten zijn ook mensen. Ik kan het weten: ik ben er zelf een. Journalisten laten steken vallen, opzettelijk of uit onwetendheid of onkunde. En als nieuwsconsument zijn we daarvan niet altijd op de hoogte. We denken feiten te krijgen, maar vaak zijn het achterafconstructies, gekleurd door de zender, vervormd door ervaring. Bronvermelding is nogal eens een probleem. Hoeveel auteurs van boeken over de Bende en Palme vertellen wanneer een getuige zijn of haar verhaal voor het eerst deed? Met welk doel en in welke context? En heeft diezelfde getuige misschien eerder iets heel anders gezegd?
Bij het schrijven van mijn boeken over de moord op Palme heb ik geprobeerd het zwaartepunt te verleggen van de geruchten naar de feiten, van de theoretici naar de getuigen, met vermelding van bronnen. Dat zou iemand die het dossier kan inkijken, ook eens over de Bende moeten doen. Voor het meest authentieke verhaal hebben we de oudste getuigenverklaringen nodig en niet alleen de krantenversie van de feiten of wat iemand een maand, jaar of decennium later vertelt.
Als blijkt dat de moordenaar van Palme sprekend lijkt op een kerel die vlak ervoor nog de aandacht van tientallen getuigen trok door zijn opzichtige gedrag, een revolver gebruikte dat geen enkele hitman in zijn zak zou durven steken en te voet op de vlucht sloeg door moeilijk begaanbare straten, hebben we niet te maken met een getrainde huurmoordenaar. Als één persoon zegt dat de Bende van Nijvel optrad als een militair opgeleide terreureenheid met zware wapens, dan wil dit niet zeggen dat anderen geen zootje ongeregeld zagen dat alleen maar een lompe tweeloop gebruikte omdat het met een gewone revolver nog geen olifant kon raken. Dat beeld, áls het bestaat, zijn we veertig jaar na dato kwijt. Maar daarin schuilt wel de zoektocht naar de meest waarschijnlijke waarheid.
Misschien komen we toch uit bij smerissen die heimelijk Hitler groeten, wie weet. Maar wellicht ook heel ergens anders.
(bewerkte versie van een opiniestuk dat eerder werd gepubliceerd op DeWereldMorgen.be)